november 2007


Dit is één van mijn lievelingsliedjes. Het is een liefdeslied van God aan jou en mij.

I know what you’ve been hearing, I’ve seen you hide your fear
Embarrassed by your weaknesses, afraid to let me near
I wish you knew how much I long for you to understand
No matter what may happen child, I’ll never let go of your hand

I know you’ve been forsaken by all you’ve known before
When you failed their expectations, they frowned and closed the door
But even if your heart itself shall lose the will to stand
No matter what may happen child, I’ll never let go of your hand

The life that I have given you, no one can take away
’cause I’ve sealed it with my spirit, blood and Word
The everlasting Father has made His covenant with you
And He’s stronger than the world you’ve seen and heard

So don’t you fear to show them all the love I have for you
And I’ll be with you everywhere in everything you do
And even if you do it wrong, and miss the joy I’ve planned,
I’ll never let go of your hand.

De afgelopen dagen heb ik me bezig gehouden met de vraag waarom we ons zo vaak bezighouden met dingen die weinig te maken lijken te hebben met waar we echt van dromen. Voor mij betekent dat nu met name dat ik onevenredig veel energie en tijd steek in mijn studie. Toen ik het met mijn broertje hierover had zei hij:

‘Ja het is een kortstondige vreemde prioritering.’

Nou dat is het zeker! Blijkbaar brengen sommige keuzes met zich mee, dat je je een tijd moet toewijden aan zaken die niet het allerbelangrijkste lijken. Hopelijk is het ook echt een kortstondige zaak en komen er weer tijden waarin we nieuwe keuzes kunnen maken. Nieuwe vrijheid, nieuwe kansen voor een nieuwe prioritering.

Op een dag kwam de eekhoorn erachter dat het onverstandig was om niet verder te kunnen tellen dan tot vijf. Hij ging naar de school aan de voet van de eik in het midden van het bos en vroeg aan de mus, die daar onderwijzer was, of hij hem tot tien wilde leren tellen.
‘Ik zal mijn best doen,’ zei de mus. ‘Maar wat je vraagt is niet eenvoudig. Ik kan zelf tot zeventien tellen, maar vraag niet hoe lang ik daarvoor heb gestudeerd, want dat weet ik al niet meer.’
‘Ik heb er alles voor over,’ zei de eekhoorn.
‘De meeste dieren komen nooit verder dan twee.’
‘Laten we maar beginnen,’ zei de eerkhoorn.
‘Goed’, zei de mus.
En zo gebeurde het dat de eekhoorn dag in dag uit, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, in de klas van de mus zat. Naast hem zat de lepelaar, die tot twee kon tellen, en voor hem de bij, die al bij vier was, en de goudvis in een kom die tot zeven kwam.
Na een week kon de eekhoorn tot zes tellen. Vol trots vertelde hij dat aan de mier. Maar de mier was niet onder de indruk.
Na een maand kon hij tot zeven tellen. Maar de mier was nu nog minder onder de indruk.
‘Wat ís zeven?’ vroeg hij. De eekhoorn wist het niet.
‘Als je niet eens weet wat zeven is, wat heb je er dan aan om daarheen te tellen? Als ik niet weet wat een suikerpluim is dan ga ik er toch ook niet op af, en zeker niet een maand lang?’
De eekhoorn moest lang nadenken over de suikerpluim. Hij meende dat de mier geen gelijk had, maar aan de andere kant was hij ook zo moe geworden van het leren dat hij de volgende dag aan de mus zei dat hij niet meer naar school kwam.
‘Jammer,’ zei de mus, ‘want acht is een prachtig getal. Vooral als je er langzaam naartoe telt.’
‘Maar wat ís acht dan?’ vroeg de eekhoorn.
‘Tja,’ zei de mus en trok een geheimzinnig en geleerd gezicht, alsof hij zeggen wilde: daar kom je pas achter als je acht helemaal kent. Maar hij zei niets meer.
De eekhoorn ging naar huis. Hij dacht die dag grondig na, maar kwam geen stap verder, laat staan dat hij begreep waarover hij nadacht. De volgende dagen vergat hij zeven en zes weer, zodat hij al spoedig weer even ver was als de mier, die al jaren tot vijf kon tellen.

Uit: “Er ging geen dag voorbij” van Toon Tellegen

Voor 3 maanden heb ik mijn witte jas uitgetrokken. Even geen doktertje spelen, even rustig aan doen. Trouwens…Echt dokter voel ik me ook nog niet, ik voel met niet capabel om al die grote beslissingen met patienten te nemen, heb nog veel te weinig kennis etc etc. (waar elke co tegenaan loopt) Maar gelukkig duurt het nog wel even voordat ik het punt bereik dat ik de eed moet zweren of de belofte af moet leggen. Voor mij een geruststellende gedachte.

Maar mijn omgeving lijkt er anders over te denken. Hoewel ik mijn vrienden nooit treft in mijn witte jas, lijken ze toch een hogere pet op te hebben van mijn dokterskwaliteiten dan ik zelf. Hoe vaak krijg ik niet de vraag: Wil je even kijken, ik heb een plekje op mijn huid? Of: ik heb oorpijn en opgezette klieren, wat kan dat zijn? Wat moet ik doen met wondjes in mijn mondhoeken? Hoe groot is de kans dat ik TBC heb opgelopen? Mijn zoon heeft met een vieze naald gespeeld, wat moeten we nu?
Ik weet bijna nooit het antwoord. Of je moet dit een antwoord noemen: ‘Als het over een paar dagen niet over is, ga dan maar even naar je huisarts.’

Is het wel wenselijk om de rol van hulpverlener mee naar huis te nemen? Staat het vriendschappen niet in de weg? Wordt het niet moeilijker om als mens te luisteren naar wat je geliefden bezighoudt? Als iemand zich zorgen maakt over een klacht, dan reageer ik daar in de eerste instantie medisch-inhoudelijk op. Maar dat is wel net ff iets anders dan luisteren. Laatst merkte ik het ook bij een vriendin die haar psychologie-stage loopt in de verslavingszorg. Ze is enthousiast over haar werk, vind het geweldig om zelfstandig therapie te geven. Maar ik merkte dat ze mijn verhaal nu als psycholoog beluisterde. Terwijl ik wilde dat ze als vriendin zou horen wat me bezig hield.

Vorige week stuurde ik een kaartje naar een vriendin. Ik maak me zorgen om haar, omdat ze zo hard werkt en zichzelf voorbij loopt. Dat schreef ik op. Gisteren zei haar man tegen mij: “Het kwam op het goede moment, het gaf een opening om er over te praten. Bovendien had je bijna je witte jas aan.” Eerlijk gezegd vatte ik dat niet als een compliment op. Ik wil geen hulpverleners rol vervullen naar mijn vrienden, zeker niet als ze er niet om hebben gevraagd. Ik wil me gewoon als mens zorgen kunnen maken om mensen, niet als dokter. Dus ik trok een zorgelijk gezicht bij die opmerking. Maar hij legde me uit de ik het juist postief moest zien: het geeft me een bepaalde overtuigingskracht die ze nodig had. Ik bid dat God haar de moed geeft om rustiger aan te doen, misschien heeft die witte jas daar toch een gunstige invloed op…

Maar ik had em toch even in de wilgen gehangen?

U hebt hem bijna goddelijk gemaakt, met heerlijkheid en luister hebt u hem gekroond. Psalm no8

Bijna goddelijk… noemt deze poeet de mens. En dat na de uitroep: wat stelt de mens toch voor, God, dat u er maar één enkele gedachte aan besteedt, ja dat u naar hem om ziet?? Bijna goddelijk… ik moet zeggen dat wij er een kei in zijn geworden dat bijna een beetje te rekken tot ‘in de richting van’ goddelijk, of ‘ongeveer goddelijk’ tot zelfs ‘verre van goddelijk’.

Hoe goddelijk reageer ik eigenlijk op de dingen die gebeuren, op de mensen om me heen? Hoe goddelijk spreek ik met anderen. En hoe goddelijk zijn mijn gedachten?

Goddelijk? wat moet ik me daar toch weer bij voorstellen.
Gods liefde is oneindig. [Kan ik wel werkelijk lief hebben?]
Gods spreken is heilig, zijn woorden keren nooit leeg terug. [Hoe loos zijn mijn woorden, soms zelfs kwetsend en vol van halve waarheden.]
Gods gedachten zijn ontelbaar als het zand van de zee. [Hoevaak draaien mijn gedachten die in het zelfde eindeloze cirkeltje?]

Ik zal maar van God aannemen dat hij ons bijna goddelijk gemaakt heeft. Hij kan het weten. Maar ik kan je verzekeren dat het Hem een grote prijs kostte om dat gerekte ‘bijna’ te overbruggen. Lieve God, ik dank u dat Christus in mijn leeft, God zelf!

The earth was barren, with no form of life but the Spirit of God was moving over the water. Genesis 1:2

De Heilige Geest schept orde waar chaos heerste. De Geest van God zweefde over de wateren. Over de chaos. En God bedacht een plan om de chaos te veranderen. Hij schiep orde.
Orde klonk mij zo ontzettend suffig in de oren. Orde hoort in het rijtje thuis van rust, reinheid en regelmaat. Maar moet je eens kijken wat orde betekent in het begin van de geschiedenis:

De sterrenhemel waar je je aan kunt vergapen; je gaat op je rug in het gras liggen en ziet iedere minuut meer sterren op het donkerblauwe doek verschijnen. De prachtige zon, die de wereld zo vrolijk maakt als ze schijnt. Die een rode blos op je wangen geeft. De zeeën en oceanen, waar je maanden over kunt dwalen, je klein kan voelen in een bootje. De wateren in Friesland waar je op kunt zeilen; een spel met het water en de wind, een spel bijna met de Schepper. De bloemen die het groen nog groener maken. De brem die de hele ardennen opvrolijkt. Die boom hier ergens langs het spoor, met bloesem zo fijn als poedersuiker. De kleuren, de één nog helderder of intenser dan de ander. Elk jaar vraag je je weer af waarom je nog nooit gezien hebt dat de herfst zo prachtig is. En het voorjaar dan… Wat te denken van de mens, de adem in geblazen door God zelf. En voor elk mens heeft God weer een nieuw creatief idee.

Orde is alles behalve saai, als God tenminste de Schepper van die orde is. Het creatief, kleurrijk, spannend, schitterend, bruisend, verrassend, rustgevend, fijntjes, groots en nog veel meer.

Ik geloof dat God ook die orde in mijn leven wil aanbrengen. Waar chaos was komt iets nieuws. De droogheid wordt bruisend, het doffe schitterend, de saaiheid spannend, de lompigheid fijntjes, de kleinheid groots, het grauwe kleurrijk, de onrust wordt rustig, de eenheidsworst wordt tot unieke creatieve levens….

NB: bevat aan het einde schokkende beelden uit de film ‘the passion of the Christ’

23-05-2007

God, ik zal het nu wederom aan u geven, mijn zorgen, mijn leven, mijn verlangens, mijn dromen. Ik ben slechts een aarden vat, van mezelf hol, leeg, klinkend. Je slaat me zo stuk. Maar erin is iets moois te vinden; uw kracht en uw luister! Door uw inwoning in deze aarden pot, krijgt hij buitengewone functionaliteit. Waarom déze pot Heer, en niet eentje met opsmuk, met versiering, diamanten? Waarom niet groot het opschrift: ‘Gods luister!’ ? Heer, ik voel met vereerd. Ik wil die aarden pot zijn. Met barsten misschien wel, maar laat dan door die barsten uw leven naar buiten lopen voor de mensen om mij heen. Laat door mijn worsteling, pijn, verdriet, gebrokenheid, uw grootheid, luister, liefde en levenskracht stromen.

2 Corinthe 4 Maar ik ben slechts een aarden pot voor de schat aan luister die ik mag kennen door Christus Jezus. Het moet helder en duidelijk zijn dat de overweldigende kracht die zo nu en dan in mijn leven zichtbaar wordt en die ik bezit door mijn verbondenheid met mijn Heer, niet van mijzelf komt, maar van God. Ik word van alle kanten belaagd, maar raak nooit volledig in het nauw (God is immers mijn toevlucht & vesting). Ik word aan het twijfelen gebracht, maar nooit volledig vertwijfeld (Je weet toch dat Jezus de waarheid zelf is?!) Ik word geveld, maar ga niet te gronde (De Heer richt op wie op Hem zien en geeft hen nieuwe kracht).

Ik draag in mijn bestaan altijd het sterven van Jezus met mij mee. Ik moet sterven aan mijzelf, mijn eigen verlangens, mijn ideeen en idealen, mijn eigen gerechtigheid. Ik moet sterven aan de wereld waarvan ik hou en die ik zie, het zichtbare. Doordat ik dit sterven van Jezus meedraag, zal ook zijn leven zichtbaar worden in mijn bestaan. Ik, levende, word om wille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in mijn sterfelijk bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Doordat ik sterf aan de duivel, de wereld en mijn eigen vlees, komt er ruimte voor het leven van Jezus. Ik sterf dus voor de zonde, en sta op in het leven van Jezus. Zo sterf ik dus, maar leef ook door mijn opstanding met Jezus. Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen wil ik spreken, omdat ik geloof en weet dat hij, die de Heer Jezus heeft opgewekt, ook mij net als Jezus zal opwekken en mij samen met alle heiligen naar zich toe zal voeren.

Ik zal leven en niet sterven
Ik zal loven de daden van God en niet mopperen of kwaad spreken.
Ik zal springen over muren met mijn God en niet tegen muren oplopen.
Ik zal zegenen en niet vervloeken.
Ik zal vruchtdragen en gesnoeid worden en niet knakken en sterven als verdord gras.
Ik zal de goedheid van God proeven en smaken en niet door Hem worden gestraft.
Ik zal zien op Jezus en niet op de omstandigheden.

Ja, de Heer is goed, zijn liefde en zijn trouw, zijn tot in eeuwigheid en elke morgen schept hij nieuwe goedertierenheden. Oneindig creatief is hij, oneindig vaardig in het werk van zijn handen. Hij boetseert dat het een lieve lust is, tot ik een vat ben die zijn luister kan bevatten. En ik ga van heerlijkheid tot heerlijkheid. Ik ben geen witgelakt graf met erin de dood. Nee, ik ben een onaanzienlijk aarden vat met daarin het leven van God zelf.

Heb jij je ooit afgevraagd waarom op sommige sokken de maat staat genoteerd? Zo op de onderkant van de sok, aan de binnenkant staat dan bijv 39-42. Dat is dan nog wel te overzien. Maar mijn buuf wees me op de getallen die op mijn sokken staan: 43-46. Enige verbazing klonk er in haar stem.. Ik moet zeggen dat ik deze notitie op mijn sokken niet bepaald charmant vind.

Ik leef al jaren op grote voet, dat is het probleem niet. Maar sinds wanneer denken sokkenmakers dat je je eigen maat zou zijn vergeten?

Alleen de zegen van de HEER maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe. Spreuken 10:22

Wat een wijsheid is dat! Maar hoe moeilijk om je eigen te maken. Anderhalf jaar lang heb ik gezwoegd. Met plezier, maar soms ook met moeite. En met heel mijn hart heb ik de dingen gedaan die God me te doen gaf! Wat was het heerlijk om te ontdekken dat God me de gave van gastvrijheid heeft gegeven.

Maar nu ben ik eventjes teruggefloten. Mijn zwoegen is even stil gelegd. Sinds vandaag heb ik tijd om uit te slapen, een boek te lezen, zo lang onder de douche te staan als ik wil, mijn huis te poetsen, te doen waar ik zin in heb, naar bed te gaan wanneer ik wil…. Wat een vrijheid. Maar vrijheid is wennen, als je jezelf tijden aan banden hebt gelegd. Die banden waren niet de coschappen opzich. Het waren de verwachtingen die ik mezelf oplegde, de waarde die ik hechtte aan of ik wel of niet aan mijn eigen verwachtingen voldeed. Nu ik ff ‘niks’ doe merk ik hoe zeer ik mijn zelfwaardering daar toch weer aan had opgehangen.

Ik heb zeker nog iets te leren de komende tijd. Ary zei me al om te proberen mezelf en de dingen van het leven wat luchtiger op te pakken. Nou daar zal ik me dan maar op storten…of neem ik het dan weer te serieus.

Heer, wees mijn leermeester.

Next Page »