23-05-2007

God, ik zal het nu wederom aan u geven, mijn zorgen, mijn leven, mijn verlangens, mijn dromen. Ik ben slechts een aarden vat, van mezelf hol, leeg, klinkend. Je slaat me zo stuk. Maar erin is iets moois te vinden; uw kracht en uw luister! Door uw inwoning in deze aarden pot, krijgt hij buitengewone functionaliteit. Waarom déze pot Heer, en niet eentje met opsmuk, met versiering, diamanten? Waarom niet groot het opschrift: ‘Gods luister!’ ? Heer, ik voel met vereerd. Ik wil die aarden pot zijn. Met barsten misschien wel, maar laat dan door die barsten uw leven naar buiten lopen voor de mensen om mij heen. Laat door mijn worsteling, pijn, verdriet, gebrokenheid, uw grootheid, luister, liefde en levenskracht stromen.

2 Corinthe 4 Maar ik ben slechts een aarden pot voor de schat aan luister die ik mag kennen door Christus Jezus. Het moet helder en duidelijk zijn dat de overweldigende kracht die zo nu en dan in mijn leven zichtbaar wordt en die ik bezit door mijn verbondenheid met mijn Heer, niet van mijzelf komt, maar van God. Ik word van alle kanten belaagd, maar raak nooit volledig in het nauw (God is immers mijn toevlucht & vesting). Ik word aan het twijfelen gebracht, maar nooit volledig vertwijfeld (Je weet toch dat Jezus de waarheid zelf is?!) Ik word geveld, maar ga niet te gronde (De Heer richt op wie op Hem zien en geeft hen nieuwe kracht).

Ik draag in mijn bestaan altijd het sterven van Jezus met mij mee. Ik moet sterven aan mijzelf, mijn eigen verlangens, mijn ideeen en idealen, mijn eigen gerechtigheid. Ik moet sterven aan de wereld waarvan ik hou en die ik zie, het zichtbare. Doordat ik dit sterven van Jezus meedraag, zal ook zijn leven zichtbaar worden in mijn bestaan. Ik, levende, word om wille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in mijn sterfelijk bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Doordat ik sterf aan de duivel, de wereld en mijn eigen vlees, komt er ruimte voor het leven van Jezus. Ik sterf dus voor de zonde, en sta op in het leven van Jezus. Zo sterf ik dus, maar leef ook door mijn opstanding met Jezus. Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen wil ik spreken, omdat ik geloof en weet dat hij, die de Heer Jezus heeft opgewekt, ook mij net als Jezus zal opwekken en mij samen met alle heiligen naar zich toe zal voeren.

Ik zal leven en niet sterven
Ik zal loven de daden van God en niet mopperen of kwaad spreken.
Ik zal springen over muren met mijn God en niet tegen muren oplopen.
Ik zal zegenen en niet vervloeken.
Ik zal vruchtdragen en gesnoeid worden en niet knakken en sterven als verdord gras.
Ik zal de goedheid van God proeven en smaken en niet door Hem worden gestraft.
Ik zal zien op Jezus en niet op de omstandigheden.

Ja, de Heer is goed, zijn liefde en zijn trouw, zijn tot in eeuwigheid en elke morgen schept hij nieuwe goedertierenheden. Oneindig creatief is hij, oneindig vaardig in het werk van zijn handen. Hij boetseert dat het een lieve lust is, tot ik een vat ben die zijn luister kan bevatten. En ik ga van heerlijkheid tot heerlijkheid. Ik ben geen witgelakt graf met erin de dood. Nee, ik ben een onaanzienlijk aarden vat met daarin het leven van God zelf.