december 2007


Wat was de wereld prachtig deze week! Ik heb me verbaasd over de stucturen die door een beetje rijp opeens tevoorschijn kwamen uit schijnbaar saaie takken. De bomen hadden hun pracht verloren, maanden eerder in de herfst. Wat overbleef waren slechts kale takken, uitziend naar de maanden waarin ze weer hun bladerpracht kunnen laten zien, de kleuren van de lente. Maar verstopt in die takken zit iets wat je niet zomaar ziet. Je ziet het pas als de Ontwerper het onthult. Iedere boom blijkt weer een andere patroon in zijn kale takken te dragen. En sommige bomen hebben prachtige versieringen: pluimpje en balletje… Vlak bij de faculteit kwam ik een boom tegen die volmaakt ronde balletjes in tussen zijn takken had hangen. Als ik niet opweg was naar een afspraak had ik misschien wel mijn buuf gebeld dat ze moest komen kijken.

Wat geweldig dat een beetje rijp de wereld zo prachtig kan maken. Dat dit vormen en structuren naar voren kan toveren, waar ik nooit weet van had. Wat heeft de Schepper weinig nodig om onze wereld feestelijk te versieren.

“Elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen. ” Jakobus 1 vers 17

CDW december 2007

Gemaakt door mijn vader op 22 december 2007


Ook wel eens last van angsten? Jezus zegt dat ware liefde angst uitsluit. Hij heeft ons behoorlijk wat handreikingen gegeven om angst de deur te wijzen. Sla je angst maar eens met Jezus waarheid om te oren, kijken wat het effect is…

Angst voor de toekomst?

God belooft een hoopvolle toekomst en geluk in Jeremia 29 vers 11

Angst voor afwijzing?

Jezus is verlaten, zodat wij nooit meer door God verlaten zouden worden (Marcus 15 vers 34)

Angst voor (geanticipeerde) spijt?

Maak je geen zorgen, maar laat in gebed en smeken dankbaar weten wat je wensen zijn… Fileppenzen 4 ver 6

Angst om te falen?

Je bent voor God al kostbaar en hooggeschat en Hij houdt veel van je zegt Hij in Jesaja 43 vers 4

Angst voor ziekte?

Je lichaam behoort God toe, Hij zorgt ervoor; zonder zijn wil verlies je geen haar! Mattheus 10 vers 30

Angst dat niemand je ziet?

De ogen van de Here gaan over de hele aarde, om krachtig bij te staan hem wiens hart volkomen naar Hem uit gaat. 2 Kron 16:9

Angst om onderuit te gaat?

Door de Here worden de schreden van de mens bevestigd, aan wiens weg Hij welgevallen heeft; wanneer hij valt, stort hij niet neder, want de Here schraagt zijn hand. Psalm 37:23&24

Vul maar aan als je wil!

[wordt vervolgd]


‘Maar Hij werd doorstoken en verbrijzeld ter wille van mijn zonden.
Hij werd zwaar gestraft zodat ik vrede kon hebben.
Hij werd geslagen en daardoor werd ik genezen’
Jesaja 53:5

 

Mijn Rugzak

Het is druk in de stad, om precies te zijn buiten de stad. Rond de heuvel staan ontzettend veel mensen. Ik moet er ook heen. Ze hebben me gezegd dat daar Jezus is en dat Hij me zou kunnen helpen in mijn leven. Ik moet die last kwijt die ik constant mee draag. Als ik niet oppas zal ik struikelen en niet meer overeind kunnen komen. Er is vast niemand die me dan zal willen helpen. Ik moet door, door…Het zweet staat op mijn gezicht, ik voel al mijn spieren, mijn kracht wordt steeds minder. Het laatste stuk is het zwaarst. Ik ben al zo uitgeput en nu ook nog die heuvel op.

Als ik eindelijk bovenaan kom kan ik niet meer en val ik neer. Ik ben me nauwelijks bewust van de omstanders die allen op een afstandje toe staan te kijken. Daar lig ik dan, helemaal uitgeput, met de enorme last nog op mijn rug. Ik kijk naar boven en zie de ogen van Jezus die daar hangt, aan een kruis. Waarom staat Hij dit toe, waarom komt Hij niet gewoon naar beneden? Hij zou me vast wel kunnen helpen om mijn last dragelijk te maken. Hoe weet ik niet, maar Hij kan het!

Maar Jezus zegt alleen: ‘Laat maar hier liggen.’ Alsof het dan in orde zal komen. Wat kan Jezus nu met die last als Hij daar zo hangt. Ik hoor de omstanders joelen en Jezus belachelijk maken, omdat Hij daar helemaal naakt en kwetsbaar hangt! Ik wil het niet hier laten liggen. Ik wil het weer oppakken, mee nemen. Verder, verder! Maar ik heb geen keus. Ik keer mijn rugzak om onder het kruis. Daar liggen ze dan, al mijn trots, onzekerheid, vunzigheden, oneerlijkheid, eigen belang, gebrek aan toewijding, angst, godsdienstige prestaties, hopeloosheid, wanhoop…. Ze liggen daar uitgespreid. Voor iedereen zichtbaar.

Ik strompel overeind, van die neerdrukkende last bevrijd. Ik loop door, wankelend, en kijk achterom… Ik zie en hoor hoe de mensen nog harder gaan joelen en nog veel meer stof hebben om Jezus belachelijk te maken. Want ze rekenen alles wat ik daar net heb neergelegd, Jezus toe. Ik wil terug rennen en mijn rugzakje weer vol te laden. Ik heb geen energie meer om weer naar die plaats te lopen. Ik kijk nog eens naar wat daar allemaal ligt; het zou er niet in passen. Opeens begrijp ik het: Hij wil dit! Hij wil dat alle rotzooi die daar onder het kruis ligt, op Zijn naam komt te staan. Ik kan er niet bij. Ik zie niets meer als ik verder loop. Mijn ogen zijn vol met tranen… Waarom? Voor mij?

Daar staat mijn Vader met open armen op me te wachten. Ik strompel naar Hem toe, energieloos, leeg, uitgeput. Ik laat me vallen in Zijn liefdevolle, vergevende, reinigende armen. Ik heb zelf helemaal niets meer. Maar Hij zegt: ‘Mijn kind, ik zal je vullen met al het mooie wat ik voor je heb. Ook kom Ik in je wonen. Leg je rugzak maar af, want ik kom in je hart, met mijn Geest.’

Ik voel me weer vol, maar niet belast. Veiliger dan ooit. Ik voel me vrij en ik wil niets liever dan mijn Vader en Jezus voor altijd dienen. Met Hem die in me is gaan wonen moet dat vast lukken!

Mei 2003

 

Bijna de hele wereld sliep al, maar Razvan was nog wakker. Hij genoot van de stilte van de nacht en de geur van een kop thee. Hij had vandaag hard gewerkt, hij kon tevreden zijn. De afgelopen jaren hadden hem tot een tevreden mens gemaakt. Hij had geleerd te leven volgens het manna-principe: als je voor vandaag genoeg hebt, is dat ruim voldoende, morgen is morgen. Zo genoot hij altijd van de goede dingen die hij kreeg: een boterham met kaas, een glas melk, een warm bed. Telkens was het weer precies genoeg. Zijn hart was dankbaar.

Plotseling werd hij opgeschrikt door een korte stevige klop op de deur. Razvan verwachtte niemand meer, wie zou dat kunnen zijn? Langzaam stond hij op, liep naar de deur. Zijn hart maakte een vreugdesprongetje, toen hij in de deuropening het gezicht van zijn goede vriend Sillevis zag. Als hij iemand verwacht had, niet Sillevis!

‘Sillevis, vriend! Wat brengt jou hier? Waar kom je zo laat nog vandaan? En hoe is het met je? Het is zo lang geleden!’ Vragen vochten om voorrang op zijn lippen. Wat was hij blij om zijn vriend Sillevis weer te zien. Ze begroetten elkaar in een stevige omarming. Toen ze zich met tegenzin uit hun omhelzing losmaakten zei Sillevis: ‘Ik zal je alles vertellen, echt alles, maar ik zou graag eerst eten. Daarna zal ik je vertellen wat er gebeurde 7 jaar geleden, tijdens die zomer. Ik zal je vertellen wat ik meegemaakt heb en hoe ik hier terechtkwam. En ik ben ook zo benieuwd naar hoe het met jou is. Maar heb je alsjeblieft een boterham voor me. Ik heb al dagen niet fatsoenlijk gegeten.’ Het was alsof er zojuist een steen in Razvans binnenste gelegd was. Hoe kon hij nu zijn vriend verzorgen? Zijn kasten waren leeg en in de broodtrommel zaten alleen nog maar kruimels. Hij dacht aan de vrede die hij zo weinig momenten eerder nog had ervaren. Heer, hoe moet ik dit oplossen?. ‘Laat weten wat je nodig hebt, Ik zal voorzien.’ Drie broodjes, Heer. De vrede kwam als een onderpand van datgene wat hij nog niet zag.

‘Sillevis, wat fijn dat ik je als gast mag ontvangen. Wat goed om je te zien. Ga lekker zitten en rust uit.’ Terwijl Sillevis wat rondkeek in het kleine knusse huisje en zich installeerde zette Razvan water op het fornuis. Vervolgens draaide hij de verwarming weer aan en liep met een ‘ik ben er zo weer’ het huis uit. Zijn vriend Steef die om de hoek woonde was zo te zien al naar bed. ‘Wees vrijmoedig! Ik zal je zegenen.’ Zonder te letten op het gebonk van zijn hart, liep hij over het smalle paadje naar het huis van Steef. De bel klonk hard in de stilte van de nacht. Geen gehoor. Nog een keertje bellen dan maar.

Ergens ver weg in het huisje hoorde Razvan wat gerommel. Steef kwam richting de deur lopen, opende die een klein kiertje en keek hem met een boos en slaperig gezicht aan. ‘Heb je misschien 3 broodjes voor me?’ ‘Moet je me daarvoor storen, midden in de nacht?’ zei hij bars. ‘Morgen moet ik vroeg op en mijn kinderen slapen ook allang. Vind je het nu echt nodig om mij hiervoor te storen?!’ ‘Het spijt me Steef, als ik het vanmiddag hag geweten, had ik iets…’ Maar Steef duwde de deur al dicht. Even was Razvan beduusd. Maar hij vermande zich en klopte op de deur, om minder lawaai te maken dan zo even met de bel. Eerst geen reactie, maar toen toch weer een kiertje met het hoofd van Steef net zichtbaar er doorheen. ‘Ben ik niet duidelijk geweest?’ ‘Wees vrijmoedig!’ ‘Steef, het spijt me dat ik je gewekt heb, maar ik zou graag mijn vriend die net onverwachts langs is gekomen iets te eten aanbieden. Hij heeft al dagen niet fatsoenlijk gegeten. Ik heb niets meer en ik weet dat jij genoeg brood hebt om mij te geven, zodat ik uit kan delen.’ Langzaam was de deur wat verder open gegaan. Al was het niet van harte, Razvan had in elk geval de aandacht van zijn vriend. ‘Ok, wacht even.’ Steef liep weg bij de deur en was even later terug met drie kleine broodjes. ‘Hier en zorg voortaan voor jezelf. Het is omdat je me zo indringend aankijkt en je niet laat verjagen…’ En dicht was de deur.

Blij liep Razvan naar huis. Wat een voorrecht; zonder het te weten mogen sommigen van ons engelen huisvesten. En reken maar dat er dan wel gezorgd wordt voor een goed onderkomen.

Tussen dromen en daden staan wetten en praktische bezwaren. (W. Elschot)

21-08-2007

Dit verhaal is nog niet af, misschien weet jij hoe het verder gaat…

Koning van mijn hart, ik heb u weer een krukje gegeven in een hoekje naast de deur. U was stil, maar aanwezig. U drong u niet op in het gesprek, knikte af en toe wel wat, maar nam niet zomaar het woord. Ik vergat uw aanwezigheid. Ik was in een geanimeerd gesprek geraakt met ‘Eigenwijsheid’ op de bank. Hij vroeg wat mijn plannen waren voor de toekomst. Ik vertelde hem over mijn twijfels, dat ik niet wist wat ik moest kiezen. Alles heeft wel een voor- en nadelen. Ik probeerde uit te leggen dat ik wachtte op een antwoord van mijn Leidinggevende. Hij vertelde me over ieders recht om er zelf iets over te vinden, dat ik ook echt mijn eigen mening mocht laten spreken over deze zaken. Hij adviseerde me niet al te veel naar anderen te luisteren. ‘Wie geeft ze het recht iets over jouw leven te vinden?!’ ‘Trots’ mengde zich in het gesprek. ‘Je hebt ook veel bereikt,’ zei hij. ‘Kijk naar de prestaties die je de afgelopen jaren hebt geleverd. Als je zo door gaat kun je nog veel meer bereiken. De wereld ligt voor je open’ ‘Zelfmedelijden’ die wat zielig in een hoekje had gezeten, kwam na wat biertjes een beetje los. Hij vond dat ik al genoeg had meegemaakt, genoeg ellende en verdriet gehad. Om wille van de gerechtigheid zouden tegenslagen nu wel echt tot het verleden behoren. Zijn vriendinnetje ‘Eigengerechtigheid’ deed er nog een schepje bovenop. ‘Ze hebben je jaren laten werken, zonder fatsoenlijke beloning. Er is niks mis mee om nu te halen wat er te halen valt. Je hebt er recht op! Dat is de achterstand die je nu kunt inhalen van de afgelopen jaren.’

De stemmen vermengden zich. De één praatte nog harder dan de ander. Niemand luisterde echt naar wat de ander zei. Ik voelde me onbegrepen, werd heen en weer geslingerd door de verschillende meningen. Toen ik een drankje ging halen in de keuken trof ik daar ‘Angst’. Ze zei tegen me dat ik me moest realiseren dat ik ook teleurgesteld kon worden. ‘Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt.’

Het had een feestje moeten zijn om van te genieten, maar mijn hart was onrustig.

Wat zou je doen in de volgende situaties:

1. Je krijgt een envolop in je brievenbus. Er zit een brief in waarin staat dat je 100.000 euro gewonnen hebt. Je kunt er 2 dingen mee doen: een spel meespelen waarbij je 90% kans hebt dat het bedrag gelijk blijft, 9% dat het verdubbeld wordt en 1 % dat je alles kwijt bent. Of het bedrag gewoon in ontvangst nemen. Zou je mee doen aan het spel? 80% van de Nederlanders zou niet mee doen. Terwijl de kans dat je 100.000 of mee overhoudt 99% is.

2. Je krijgt voor je pasgeboren baby een screening aangeboden op een uitermate zeldzame maar dodelijke ziekte. De kans dat je kind deze ziekte heeft is 1 op 100.000. Dat betekent dat er slechts 1of 2 kinderen per jaar in Nederland geboren worden met deze ziekte. De screening duurt een hele dag en is intensief, maar als de ziekte vroeg wordt opgespoord is een goede behandeling nodig? Zou je je kind screenen? De overgrote meerderheid zou z’n kind inderdaad laten screenen.

3. Je rijdt met de auto naar het ziekenhuis voor de screening, je kind naast je in de maxicosi. Wist je dat de kans dat je een dodelijk ongeluk krijgt 1 op 25.000 is. Die kans is vier keer groter dan de kans dat je kind de ziekte heeft. Stap je nog in de auto??

Het gekke is dat we bij kansen irrationele redenen hebben om te beslissen. We redeneren vanuit de angst om achteraf spijt te hebben. ‘Geanticipeerde spijt’ noemen sociologen dat. Wat als ik straks zonder geld zit, dan had ik beter niet kunnen meespelen met dat spel. Wat als ik mijn kind niet laat testen, en het blijkt toch de ziekte te hebben…

Wat misschien nog wel vreemder is, is dat we andere kansen wegredeneren, omdat ons dat niet zal overkomen. Jouw rijstijl is niet gevaarlijk, jouw auto biedt veiligheid, jij krijgt geen auto-ongeval.

God biedt ons aan om te leven zonder angst:

‘Maak je geen zorgen, maar laat in je gebed dankbaar weten wat je noden zijn. En de vrede van God die alle verstand te boven gaat zal je je hart en je gedachten in Christus bewaren.’ (Fil 4:6&7)