‘Maar Hij werd doorstoken en verbrijzeld ter wille van mijn zonden.
Hij werd zwaar gestraft zodat ik vrede kon hebben.
Hij werd geslagen en daardoor werd ik genezen’
Jesaja 53:5
Mijn Rugzak
Het is druk in de stad, om precies te zijn buiten de stad. Rond de heuvel staan ontzettend veel mensen. Ik moet er ook heen. Ze hebben me gezegd dat daar Jezus is en dat Hij me zou kunnen helpen in mijn leven. Ik moet die last kwijt die ik constant mee draag. Als ik niet oppas zal ik struikelen en niet meer overeind kunnen komen. Er is vast niemand die me dan zal willen helpen. Ik moet door, door…Het zweet staat op mijn gezicht, ik voel al mijn spieren, mijn kracht wordt steeds minder. Het laatste stuk is het zwaarst. Ik ben al zo uitgeput en nu ook nog die heuvel op.
Als ik eindelijk bovenaan kom kan ik niet meer en val ik neer. Ik ben me nauwelijks bewust van de omstanders die allen op een afstandje toe staan te kijken. Daar lig ik dan, helemaal uitgeput, met de enorme last nog op mijn rug. Ik kijk naar boven en zie de ogen van Jezus die daar hangt, aan een kruis. Waarom staat Hij dit toe, waarom komt Hij niet gewoon naar beneden? Hij zou me vast wel kunnen helpen om mijn last dragelijk te maken. Hoe weet ik niet, maar Hij kan het!
Maar Jezus zegt alleen: ‘Laat maar hier liggen.’ Alsof het dan in orde zal komen. Wat kan Jezus nu met die last als Hij daar zo hangt. Ik hoor de omstanders joelen en Jezus belachelijk maken, omdat Hij daar helemaal naakt en kwetsbaar hangt! Ik wil het niet hier laten liggen. Ik wil het weer oppakken, mee nemen. Verder, verder! Maar ik heb geen keus. Ik keer mijn rugzak om onder het kruis. Daar liggen ze dan, al mijn trots, onzekerheid, vunzigheden, oneerlijkheid, eigen belang, gebrek aan toewijding, angst, godsdienstige prestaties, hopeloosheid, wanhoop…. Ze liggen daar uitgespreid. Voor iedereen zichtbaar.
Ik strompel overeind, van die neerdrukkende last bevrijd. Ik loop door, wankelend, en kijk achterom… Ik zie en hoor hoe de mensen nog harder gaan joelen en nog veel meer stof hebben om Jezus belachelijk te maken. Want ze rekenen alles wat ik daar net heb neergelegd, Jezus toe. Ik wil terug rennen en mijn rugzakje weer vol te laden. Ik heb geen energie meer om weer naar die plaats te lopen. Ik kijk nog eens naar wat daar allemaal ligt; het zou er niet in passen. Opeens begrijp ik het: Hij wil dit! Hij wil dat alle rotzooi die daar onder het kruis ligt, op Zijn naam komt te staan. Ik kan er niet bij. Ik zie niets meer als ik verder loop. Mijn ogen zijn vol met tranen… Waarom? Voor mij?
Daar staat mijn Vader met open armen op me te wachten. Ik strompel naar Hem toe, energieloos, leeg, uitgeput. Ik laat me vallen in Zijn liefdevolle, vergevende, reinigende armen. Ik heb zelf helemaal niets meer. Maar Hij zegt: ‘Mijn kind, ik zal je vullen met al het mooie wat ik voor je heb. Ook kom Ik in je wonen. Leg je rugzak maar af, want ik kom in je hart, met mijn Geest.’
Ik voel me weer vol, maar niet belast. Veiliger dan ooit. Ik voel me vrij en ik wil niets liever dan mijn Vader en Jezus voor altijd dienen. Met Hem die in me is gaan wonen moet dat vast lukken!
Mei 2003