januari 2008


Laatst had ik een aangrijpende ontmoeting. Ik sprak met een man. Hij had alles bereikt in het leven. Hij was laag begonnen, had heel lang buiten, tussen de dieren gewerkt, maar op een bijzondere manier was hij opgeklommen. Uiteindelijk had hij bijna de hoogst mogelijke functie bereikt. Hij sprak dagelijks met allerlei hoogwaardigheidsbekleders. Ook in de de liefde was hij succesvol. De vrouwen liepen achter hem aan. Hij had vele liefdes gehad.

Zelfs zijn relatie met God was er één waar velen jaloers op zouden staan. Hij stond op vertrouwelijke voet met God. Hij dichtte veel liedteksten over Gods goedheid. En God genoot van zijn leven.

Maar wat hij mij vertelde ging niet over succes en geluk. Hij vertelde me dat hij zich ellendig voelde en dat niemand hem begreep!

God is boos op me, hij wil me straffen, en Hij heeft groot gelijk. Ik voel me schuldig over wat heb gedaan in mijn leven. Maar ook vooral om alles wat ik niet heb gedaan, maar wel had moeten doen. Ik ben tekort geschoten. Gods toorn is terecht. Het voelt alsof Hij pijlen op me afschiet die me diep raken en zijn hand rust zwaar op mijn leven.

Ik ben moe, ik heb geen sprankje energie meer in mijn lijf. Als ik maar iets doen ben ik uitgeput. Het zijn mijn zonden die me hebben afgebroken. Er ligt een deken over mijn leven, een klamme deken en ik kan em niet van me afschudden. Ik weet niet hoe ik het zo ver heb kunnen laten komen dat ik zo veel schuld heb: schuld aan mijn ouders, mijn kinderen. Ik heb een afkeer van mezelf! Wie wil mijn gezelschap nu nog?!

Ik kan alleen nog maar naar de grond kijken. Soms probeer ik me op te richten, maar het lukt niet. Mijn ogen gaan vanzelf weer naar de grond. Ik heb ook geen zin meer om me fatsoenlijk te kleden en te scheren. Het kan me niks schelen. Wat is er nog van me over? Ik ben doodziek, ik heb overal pijn en ik heb telkens hartkloppingen. Dan denk ik dat ik dood ga en dat is een zoete gedachte.

Ik weet dat de Heer mijn roepen hoort. Maar hoe lang zal Hij nog over me heen kijken en me vergeten? Ik maak er naar God toe geen geheim van dat ik dit geen leven vind. Hij kent mijn verlangens, maar lijkt er niet echt haast me te maken om me te helpen. Als hij lang wacht hoeft het niet meer. Mijn krachten laten me steeds meer in de steek en mijn ogen zijn dof geworden.

Mijn beste vrienden zie ik ook nooit meer. Ze zijn bang voor wat ik je nu vertel. Ze weten er niet mee om te gaan. Wat moeten ze met iemand die het leven niet meer ziet zitten? Bovendien ben ik onaangenaam gezelschap. Ik heb nergens meer zin in. Niets van wat we vroeger samen deden kan me boeien. Eigenlijk had ik altijd al verwacht dat ze weg zouden lopen als ze echt zouden weten wie ik ben. Die tijd is er nu.

Ondertussen weten mijn vijanden me te vinden: demonen lokken mij in de val van de donkerheid. En ik kom er niet meer uit. Leugens plakken aan me vast en trekken me naar beneden. De waarheid lijkt zo ver weg. Waar is de tijd dat ik daar aan vasthield en Gods liefde voelde?

Ik ben met stomheid geslagen, ik doe net of ik doof ben. Ik wil niets horen, ik wil alleen maar rust. Wat valt er nog te zeggen. Mijn leven is mislukt, ik val mezelf tegen. Ik zie niet hoe het ooit nog goed zal komen. De glans is van het leven af. Ik weet niet waar de kleur van de lucht gebleven is en de helderheid van de zon. Alles is grijs, niet de moeite om voor op te staan.

Maar ik blijf tot mijn God roepen, ik hoop op Hem, tegen alle donkerheid in, tegen beterweten in ook misschien… Ik wil niet dat mijn vijanden om me lachen en me zien mislukken. Als God niet snel komt zal ik de ondergang vinden, voor altijd verdoemd. Het zijn mijn zonden die me zo in de problemen hebben gebracht.

Iedereen om mij heen is sterk en succesvol. Ik ben de enige mislukkeling. Vooral iedereen die zonder God leeft, heeft het goed. Soms vraag ik me af of ik mezelf mijn eigen god heb voorgespiegeld. Dat het één grote leugen blijkt te zijn. Toch roep ik tot God: verlaat mij niet! haast U om mij te helpen! U bent toch mijn redding??

Ik moet zeggen dat ik behoorlijk schrok van dit verhaal. Deze man ging gebukt onder somberheid, hij zag het leven niet meer zitten. De dood klonk hem als zoet in de oren, zoals hij zelf zei. Ik heb hem doorgestuurd naar professionele hulp! Het gaat me aan het hart hem zo te zien. Ik bid dat God hem op zal richten. Dat hij opnieuw hoop zal krijgen.

Corine

Psalm 13

David suffering a depression

How long O Lord, will You look the other way
How long O Lord, must I wrestle with my thoughts
And everyday, have such sorrow in my heart

Look on me and answer, O God my Father
Bring light to my darkness, before they see me fall

But I trust, in Your unfailing love yes my heart will rejoice
Still I sing, of Your unfailing love
You have been good
You will be good to me

Lyrics: Brian Doerksen

Today is the tomorrow your worried about yesterday.

 

Auteur onbekend

In Engeland wordt de alphacursus met een grote campagne aangekondigd. Hieronder zie je het filmpje dat in bioscopen en op TV draait! Zeer grappig.

Vandaag heb ik Londen bezocht. Ze maakt het goed!

Omdat tegenwoordig alle musea een vrije toegang hebben, ben ik in 3 musea geweest: Science Museum, Natural History Museum en The National Gallery. In de eerste en de laatste heb ik me goed vermaakt, maar toen ik in het Natural History Museum was had ik zo’n honger dat het me niet kon boeien. Maar ik had toch niet betaald, dus ben ik als een ware Hollander weer naar buiten gewandeld. De zon scheen heerlijk. Omdat ik vlakbij een bijzondere plek was besloot ik om er eens even langs te gaan: the Holy Trinity Brompton Church (HTB). In september 2003 heb ik op die plek veel mogen leren over God liefde voor de wereld. Ik ben naar het park gegaan achter de kerk, waar ik toen op mijn knieen in het donker in het gras heb gelegen. Het was leuk om weer eens op die plek te zijn.

Verder heb ik natuurlijk hele stukken in de metro gezeten. Mijn favoriet om deel uit te maken van een grote hoeveelheid mensen, te merken dat je je weg kunt vinden in een grote (bijna) onbekende stad. In de Costa (concurrent van Starbucks) heb ik een hele tijd de lekkerste zitplaats bezet gehouden met 1 kopje thee en een boek. En het boek is nu uit!

Ook aan Trafalgar Square heb ik fijne herinneringen. We hebben daar uren met onze voeten in de fontein gezeten in 2003. Nu liep ik er alleen en probeerde ik Robb zijn tips op te volgen voor het maken van foto’s-van-jezelf-met-gestrekte-arm. Robb schijnt daar expert in te zijn. Maar ik kan het niet, en een dame die mij zag stuntelen bood me aan om mij op de foto te zetten. Much easier!

In Science Museum heb ik de bovenste 2 etages bekeken die vooral over medische wetenschap gingen. Ook de dierengeneeskunde had een klein hoekje (er lag een speculum met bladen van bijna 70 cm…) Op een andere verdieping was een soort ontdekhoek als in Nemo, maar daar wemelde het van kinderen in schooluniformen. Dus daar ben ik maar weggebleven.

Een dag is wederom veel te kort om Londen te verkennen. Ik heb het al een keer eerder geprobeerd, maar toen lukte het ook al niet. Dus heb ik weer een reden om nog eens terug te komen. Ik wil in elk geval nog eens naar een HTB-service, Notting Hill en naar het Florence Nightingale Museum. Wie wil er mee?

Corine

Voor vandaag had ik me voorgenomen de ‘Horsham Riverside Walk’ te gaan doen. Ik had me vrijdag keurig laten informeren bij de toeristen info in het centrum. Gewapend met een kaart van Horsham, een folder met de beschrijving van de wandeling en een regenjas ging ik op stap. Er was zware regenval voorspeld voor vandaag, maar ik liet me er niet van weerhouden deze wandeling, of in elk geval een deel ervan, te doen. De wandeling loopt langs het centrum, dus had ik met Neez afgesproken om met haar te lunchen.

Oppervlakkig gezien was de wandeling niet zo erg boeiend, ik deed em op het verkeerde tijdstip; de lucht was grijs, alle takken waren kaal en er waren vrijwel geen bloemen te zien. Maar ik bedacht me dat God me best kon verrassen, onafhankelijk van het seizoen of het weer. Toen ik nog geen half uur op pad was, kwam ik een klein bremstruikje tegen. Hij viel op tussen de rest van de begroeiing, want hij bloeide!! It’s al perfectly arranged… dsc01788.jpgIk genoot ook van het stroompje, de Arun, de miezerregen en de wind. Het is geweldig om te zien dat de natuur klaar wordt gemaakt voor een enorme uitbarsting van schoonheid, straks in de lente. Ik heb helaas geen kabeltje om een foto te kunnen uploaden. Dat zal ik later wel doen. Het is een foto van de ‘zwangere’ natuur.

Na een tijdje kwam ik in een stukje begroeiing terecht waar een groot aantal eekhoorntjes huisden. Engelsen vinden deze beestjes even oninteressant als ik mussen. Maar ik zie niet iedere dag eekhoorntje, dus ik vermaakte me daar prima. Met eentje ging ik een wedstrijd aan, wie het langste stil kon blijven staan. Ik wilde een foto van em maken, maar ik vond dat ie een betere pose aan moest nemen. Dus ik dacht dat als ik lang genoeg wachtte, ik wel aan het langste eind zou trekken. Maar het werd het kortste. Het diertje heeft me onmiskenbaar verslagen.

Exact om half 1 liep ik het centrum van Horsham binnen. Bij de Sainsbury’s kocht ik een heerlijke lunch en ik liep verder naar de plek waar ik met Neez had afgesproken. Ik ben een boek aan het lezen wat me erg boeit, dus ik vulde de minuten die ik op haar moest wachten met lezen. Ik stond tegen een lantaarnpaal met een brede betonnen voet aangeleund. Ik dacht nog: zo ben ik erg goed ongemerkt te benaderen, en keek daarom zo nu en dan in de richting van het steegje waaruit ik Neez verwachtte. Toch werd ik opgeschrik door een ‘boeh!’ Dicht naast mijn oor. Robb stond naast me, hij was op de voet van de lantaarnpaal geklommen en torende daardoor ruim een meter boven mij uit. Achter me stond Neez. Ik had ze niet gehoord.

De Starbucks was een prima plek om onze lunch onder het genot van een kopje koffie/thee op te drinken. Nadat Robb en Neez weer hard aan het werk waren gegaan, ben ik er nog een tijdje blijven zitten om in mijn boek te lezen.

‘I take what you give that I need!’

Corine

Wanneer heb jij voor het laatst iets voor het eerst gedaan?

Gisteren keek ik om kwart voor 1 op mijn mobieltje om te kijken hoe laat het was. Ik zat rustig te lezen in de Kolossenzen-brief. Nezia was ’s ochtends vroeg vertrokken naar haar werk. Ze had een kaart van Horsham achtergelaten en we hadden min of meer af gesproken elkaar om 1 uur op een plein in het centrum te treffen voor de lunch. Ik schrok me wild toen ik de tijd zag. Op de afgesproken plek was ik 1 keer eerder geweest, maar toen lopend en vanaf een andere plek in de stad. Ik vertrouwde maar op mijn goed ontwikkelde richtingsgevoel. Dan moest ik het misschien wel in een kwartier kunnen halen, snel omrekenend van 45 minuten lopen naar 15 minuten fietsen. Ik stopte nog snel iets te eten in mijn jas zak en sprong op de geleende mountainbike.

De straat uit ging prima. Maar toen ik op de iets grotere weg daarna kwam, irriteerde ik me al snel aan de bestuurders van de auto’s die ik tegenkwam. Wat deden die raar zeg! Met binnen enkele ogenblikken besefte ik dat ik aan de verkeerde kant van de weg reed en niet zij. Ik wist niet hoe snel ik aan de linkerkant van de straat moest komen. Daarna begonnen 20 minuten survivalen. Ok, dat is enigszins overdreven, maar ik voelde me wel behoorlijk vogelvrij. Elke keer als ik een bocht naar links om moest, die ik niet kon overzien verwachtte ik een auto die me frontaal zou rammen. En voorsorteren in omgekeerde richting is ook best lastig. Misschien was het toch een overmoedig idee om hier met de SAAB heen te gaan, op mijn fietsje was het al lastig genoeg.

Ik kwam veilig op Carfax, in het centrum van Horsham aan. Tien over 1 stond ik op de afgesproken plek. Geen Neez te vinden. Misschien liep haar werk van vanmorgen een beetje uit, dacht ik. Dus ik wachtte. Na enkele minuten stuurde ik toch maar een berichtje: ‘Ik sta nu bij de muziektent’. Geen reactie. Misschien kwamen mijn berichtjes niet? Dus liet ik haar telefoon een keertje overgaan. Ze moest toch al wel pauze hebben inmiddels. Er was vast iets, anders is ze altijd op tijd. Na mijn poging te bellen gaf mijn telefoon een hele bruikbare suggestie: ‘Tijd verzetten naar plaatselijke tijd: 12:32?’

Wat is dat toch, dat we altijd denken dat de ander de fout maakt? Bestuurders rijden spook, Nezia vergeet de tijd… ja ja!

Helaas, ben ik het die een cultuurshock ondergaat.

Corine

Ik moest langs de koffieautomaat lopen en dan op de het witte bankje gaan zitten, zei de baliemedewerker op een verveelde routine-achtige toon. Het bankje bestond uit 3 aparte zitplaatsen. Ik ging in het midden zitten. Na enkele minuten kwam er een meisje mijn kant op lopen. Zonder me aan te kijken ging ze naast me zitten. Eigenlijk zaten we net iets te veel in elkaars ‘persoonlijke zone’, maar ik vond het niet de moeite waard om een plek op te schuiven. Zij keek recht vooruit en werd eerder gehaald dan ik, door een nette, opgeruimde, hartelijke man, die haar bij de voornaam noemde. Het gaf me goede moed dat hier blijkbaar zulke hartelijke mensen werken. Even later werd ik geroepen. ‘Mevrouw Geerwater’. Ik stond op, hij gaf me een hand en zei: ‘kom verder Corien.’ Zijn voorkomen was opvallend: minimaal 2 meter lang, een grauwe, verwassen ruitbloes, met korte mouwen en een vale spijkerbroek. Later bedacht ik me dat ik niet eens zijn schoenen had gezien, wat een bijzonderheid voor mij is.

Hij bleek een bron te zijn van enorme stortvloeden woorden. Het begon al over het feit dat hij zelfs een kapstok had, ‘wat een luxe, hè!. En dat ik niet gesluierd hoefde te zijn in zijn kantoor, toen ik bij het afdoen van mijn sjaal, em per ongeluk onhandig voor mijn gezicht langs liet komen. Hij sprak me aan met ‘meisje’, ‘lieverd’ en ‘Corien’, alsof ik zijn dochter was. Tijdens zijn monologen, die telkens enkel werden opgewekt door één zin van mijn kant, had ik de tijd om zijn kamer te bekijken. Zijn buro lag bezaaid met boeken, tijdschriften en minder bestemd papierwerk. Voor het raam hingen rechte doorschijnende lappen die er voor zorgde dat ik de mensen buiten welk kon zien, maar zij mij niet. Links in de hoek van het buro stonden 2 foto’s. Eentje met een prachtige vrouw en een jong kind, eentje met 2 kinderen. Op de stapels papier stond een tissuebox. Ik kon niet begrijpen dat iemand die hier ooit nodig had, er was geen tijd om woorden te vormen die begeleid konden worden door tranen. Ondertussen bleef hij maar praten. Over dat er mensen waren op deze universiteit die hem een Oetlul zouden vinden, maar het gaf hem niet. Over het stelen van subsidiegelden door studenten. Over interfacultaire contacten, medicijnmannen en psychologen. Ik weet niet waar ik deze preken aan te danken had.

Uiteindelijk kwam hij toch nog to the point. Ik moest in ‘julij’ maar terug komen en dan zouden we de rest bespreken, want ‘dan moet er geld komen’. Toen stortte hij zich op het invullen van een geweldig ingewikkeld formulier, onderwijl vittend op een verre collega die haar taak niet goed had gedaan.

Het viel me op dat het witte t-shirt, dat hij onder zijn verwassen, ongestreken bloesje droeg, langere mouwen had dan het bloesje. Daardoor ontstond er een 2 cm brede witte rand aan het einde van de mouwen. Op de plek waar de broek zijn bierbuikje insnoerde, was een driehoekje te zien in dezelfde witte kleur; zijn bloes was ingestopt in zijn spijkerbroek, maar de onderste knoop was niet dicht en daardoor stond de bloes een stukje open. Ik was blij dat ik tegen het t-shirt aankeek.

Ik hield mezelf voor dat al deze dingen niet noodzakelijker wijs iets zeiden of de kwaliteit van zijn werk. Ik vertrouw er maar op dat hij het goed heeft gedaan, dat formulier invullen. En de rest komt in ‘julij, lieverd..’

Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan? Nou ik ben vandaag voor het eerst naar de studentendecaan geweest. Voor het eerst in zes jaar. En het was me er één.

Corine

Waarom zijn er mensen die denken dat ze kunnen eten zonder te werken? Wie niet werkt zal ook niet eten, staat in een oud geschrift. Waarom zijn er toch altijd mensen die denken iets te zijn of te worden zonder dat ze er hun best voor doen?

Wil je iets bereiken, dan moet je er je zinnen op zetten, je er in vastbijten. Lukt het eerst niet, probeer het nog eens. Lukt het nog niet, probeer het een derde keer. Evalueer je daden, kijk of je het fout hebt gedaan, en doe het beter. Laat niet te veel van anderen af hangen. Laat je niet afhankelijk maken van wie dan ook. Ontworstel je aan de invloed van je ouders, zorg dat je zo snel mogelijk financieel onafhankelijk wordt. Hou ze wel te vriend trouwens, misschien heb je er nog wat aan in de toekomst.

Vergeet niet dat je voor jezelf leeft, voor je eigen ontwikkeling, je eigen succes, je eigen geluk. Relaties zijn belangrijk, zonder vrienden kom je er niet. Maar je leeft niet voor hun! Leef je eigen leven en geniet er lekker van! Je leven is niet zo lang, 70 misschien 80 jaar. Het is zo voorbij, dus geniet, er is genoeg te genieten.

Oh ja en mocht je de ouderdom meemaken, zorg dat je je zaken goed hebt geregeld. Als je je financiën niet goed regelt, wordt je misschien wel afhankelijk van je kinderen. Zorg dat je de zaken die je dan mogelijk nodig zult hebben kunt betalen. Er is niets kleinerender dan dat je door je dochter gewassen moet worden, omdat je niet meer bij je eigen rug of erger je edele delen kan. Nu heb je nog de tijd om vooruit te denken, te plannen, te sparen. De jaren zijn zo om.

Sommigen noemen mij een verbitterde oude vrouw, maar ze zien het verkeerd. Ik ben wijs geworden door de jaren. Het geluk, de prachtige momenten van het leven, maar juist ook het verdriet en de teleurstelling hebben mij tot een wijze oude vrouw gemaakt. Je kunt maar beter mijn adviezen ter harte nemen. Vroeger toen ik nog jong en naief was, dacht ik dat ik wist hoe de wereld in elkaar zat. Ik geloofde in een Schepper en dacht dat het zijn opdracht voor mij was om de wereld een stukje beter te maken. Nou ik kan je zeggen, bespaar jezelf de moeite! Niemand zit te wachten op jouw goeddoenerij! Niemand! Zoals ik al zei, je leeft voor jezelf en daar heb genoeg aan.

Lieve Papa, almachtig God,

Bedankt voor de geweldige brief die U mij gister hebt gestuurd. Ik moet wel reageren, al vind ik het ook moeilijk. Uw liefde is zo groot dat ik er verlegen van word. Ik ben zo ontzettend blij dat ik U heb leren kennen. De jaren zonder U, waren toch minder mooi!

Pap, soms lijkt het, of U helemaal niet dichtbij bent. U hebt me al vaker verteld, dat U precies weet wat ik aan het doen ben, dat U zelfs mijn gedachten kent. Maar ik moet U eerlijk bekennen dat ik het niet altijd kan geloven. Dan zie ik U niet, soms hoor ik uw stem zo lang niet en dan is het zo makkelijk te geloven dat U niet in de buurt bent. Dat U mij even uit het oog bent verloren. Ik weet dat het niet waar is! U hebt me nog nooit in de steek gelaten. Wilt u alsublieft niet stoppen, uwzelf aan mij te tonen?

Ik heb het de afgelopen tijd wel weer zonder uw kracht geprobeerd. Het lijkt zo onlogisch vaak om het van een onzichtigbare Persoon buiten mijzelf te verwachten. Het lijkt vaak veel logischer om te zoeken naar iets in mezelf of misschien te vertrouwen op mensen die ik zie. Of op systemen en organisaties. Maar ze hebben met teleurgesteld, Pap. U had me er al voor gewaarschuwd:  ‘Vertrouw niet op mensen, maar op Mij’. Ik moet het altijd zelf ontdekken, eerst tegen een muur aanlopen. Zo is het altijd geweest, ook toen ik jong was en U nog niet kende. Ach, U weet het allemaal, U kende mij allang, U hebt me zelf gemaakt.

Daar heb ik wel vragen over trouwens. Waarom hebt U me niet wat simpeler gemaakt, niet zo ingewikkeld? Waarom ben ik zoals ik ben? U zegt zelf dat U een plan met mijn leven hebt, een hoopvol plan, maar wat is het plan dan? Mijn oudere en wijzere broers en zussen houden me voor dat ik moet zoeken naar uw plan, maar ik zou het zo graag op een briefje krijgen. Eén van mijn oudere broers vertelde laatst hoe U zijn leven had geleid tot nu toe, en het was zo bemoedigend! Maar als puntje bij paaltje komt, en het gaat om mijn eigen leven, vind ik het stiekem toch heel moeilijk. Het is wel heerlijk om mensen om me heen te hebben, die me zulke verhalen vertellen over uw trouw! Als ik het dan weer even vergeten ben, herinneren zij mij eraan. Het spijt me dat ik U zo vaak in de weg loop met mijn eigen plannetjes. Het is vast gebaseerd op ongeloof, maar ook op de angst om echt alles los te laten. Het voelt zo veilig om vast te zitten, om me vast te kunnen klampen aan de plannen die ik heb gemaakt. Het lijkt zo reëel om de toekomst te plannen.  U houdt me een andere manier van leven voor. U wilt graag de regie van mijn leven in handen hebben. U hebt tenslotte mijn rol in de wereldgeschiedenis ontworpen. U weet precies waar ik op mijn plek ben, die rol die ik alleen kan vervullen. Vergeef me dat ik vaak een rol toedeel in mijn leven. Ik wil graag dat U de Regisseur bent, dat U alle trouwtjes in handen hebt en houdt.

Ik wil U nog graag voor zo veel dingen bedanken, waar zal ik eens beginnen? Dank U voor alle goede gaven die ik van U ontvangen heb, voor de zegeningen die U mij wilt geven, voor de gedachten die U over mij hebt en koestert. Dank U dat ik altijd bij U welkom ben, dat uw liefde niet op houdt en dat uw gunstbewijzen elke ochtend nieuw zijn!

Heerlijk is het om te weten, dat U zich door niets en niemand van mij laat scheiden.

Lief, uw dochter

P.S. Ik wil graag mee feestvieren!

Volgende Pagina »