Vandaag is het jaar 2008 begonnen. De eerste dag van een onbekend jaar. Wat zal het worden, wat zal het jaar brengen. 2008 is voor ons als een boek, waar je alleen nog maar de eerste regels van hebt gelezen. Als een film waarvan we de eerste scene nog niet eens hebben gezien. Als een schaakspel waarvan alle stukken nog op z’n plaats staan. Hoe het zal lopen weten we niet. Maar maakt het uit? Is het anders dan welke dag ook? We weten toch nooit wat morgen ons zal brengen.

Voor ons is de jaarwisseling iets groots; we maken een start met een nieuw jaar. Maar hoe zal het zijn voor Degene die er al is van voor de schepping van de wereld, Hem voor wie duizend jaar zijn als 1 dag en 1 dag als duizend jaar?? In de bijbel staat dat Hij niet moe of uitgeput wordt. Hij kan het heelal vatten tussen de duim en pink van zijn hand. Hij mat het de grond van de continenten af in een maatbeker. Het water voor de aarde woog Hij in zijn holle hand. Voor hem zijn de bewoners van de aarde als sprinkhanen, een druppel aan een emmer of zelf een stofje aan de weegschaal. (Jesaja 40)

En die sprinkhanen, druppels, stofjes hebben 2008 luidruchtig ingeluid. Vreugdevuren, vuurwerk, vandalisme; niets is te gek om het heelal te laten weten dat we een nieuw jaar zijn ingestapt. ‘Luister is, let op! Wij leven!!!! We zijn vol goede moed, laat maar komen 2008. We hebben de zaken op orde, de economie draait, de spaarrekening is vol, de banken geduldig en de verzekering goed geregeld. Wíj kunnen 2008 aan!’

En onze Heer in de hemel lacht, Hij lacht om het trotse gedoe op de aarde. Wat is de mens dat Hij er naar om zou zien, die sprinkhanen, niet veel meer dan stof! Maar godszijdank hij ziet ons wel. Zijn ogen gaan over de aarde, om krachtig bij te staan hem wiens hart volkomen naar Hem uit gaat. Die jaarwisseling heeft God niet van zijn stuk gebracht. Sinds hij de tijd heeft geschapen, heeft Hij er al behoorlijk wat mee gemaakt. Ok geen miljoenen, maar toch.

Ik stond vannacht een paar minuten na twaalf voor het raam. Ik keek naar de lucht die grauw was van de rook en de mist. En ik sprak met mijn Heer. Ik zei: ’samen met U kom ik er wel, ik weet niet wat uw plannen zijn, maar ik vertrouw U. Ik weet dat wat er ook gebeurt, U er bij zult zijn met uw liefdevolle aanwezigheid.’ Ik huilde omdat ik wist dat de almachtige, alwetende, alomtegenwoordige God naar me luisterde, ondanks het feit dat ik maar een nietige sprinkhaan ben, je trapt me zo plat. Maar God heeft me tot zijn geliefde dochter gemaakt. Daarmee kan ik 2008 wel aan!