maart 2008


Voor de liefhebber een stuk wat ik ooit als opdracht heb ingeleverd tijdens mijn coschappen (februari 2007). Ik heb het wat leesbaarder gemaakt voor jullie. Het gaat over hoe kinderen rouwen.


Aanleiding: Tijdens mijn coschap kindergeneeskunde, kwam er een jongen van 10 jaar op de polikliniek, die een halfjaar ervoor zijn moeder was verloren door een melanoom. De reden van verwijzing was hoofdpijn. Tijdens het consult werden er geen aanwijzingen gevonden voor een neurologische verklaring voor zijn hoofdpijn. De klacht werd geweten aan het rouwproces waar hij in verkeerde. Dit verhaal riep bij mij vragen op over hoe normale rouw bij kinderen verloopt en hoe je als arts hierin een goede rol kan spelen. De vragen die ik wil gaan beantwoorden zijn: Hoe kan rouw zich uiten bij kinderen? Wat is een goede rouwbegeleiding bij kinderen? Verschillende onderzoeken doen vermoeden dat onverwerkt verdriet uit de jeugd, verband houdt met psychopathologie op volwassen leeftijd. [1] Daarom is het belangrijk om als arts enige handvatten te hebben voor het begeleiden van rouwend kinderen.

Methode: Ik heb met verschillende zoekopdrachten in Pubmed, Medline en Psychinfo gezocht naar beschikbare artikelen in de medische bibliotheek. Ik heb me met name gericht op artikelen die fulltext verkrijgbaar waren en de boeken die in de medische bibliotheek op de planken stonden, in verband met de beperkte tijd.

Resultaten: In de literatuur wordt veel nadruk gelegd op het feit dat kinderen wel degelijk rouwen. Door velen zou dit in het verleden zijn ontkend. Kinderen rouwen echter wel degelijk, maar wel op een andere manier dan volwassenen. De manier waarop ze rouwen hangt onder andere af van hun intellectuele, verbale en emotionele ontwikkeling. Hun intellectuele ontwikkeling heeft effect op de concepten die ze hebben over de dood. Hun verbale ontwikkeling bepaalt het vermogen om woorden te geven aan de gevoelens die ze ervaren en hun emotionele ontwikkeling bepaalt onder andere hoe goed ze in staat zijn zich langere tijd op hun verdriet te richten. Ik zal een korte weergave geven van de verschillen in rouwen in globale leeftijdscategorien. Daarna zal ik ingaan op algemene principes in de rouw en de rouwbegeleiding.

De verschillende manieren van rouwen zijn goed te begrijpen naar aanleiding van de verschillende ontwikkelingsfases die een kind doorloopt volgens de theorie van Piaget. Deze fasen zijn achterenvolgend de sensorimotore, preoperationele, concreet operationele en formeel operationele fase.

Kinderen van 0-2 jaar zijn in de sensorimotore fase. Dit betekent dat ze weinig verwerking van informatie hebben. Ze reageren reflexmatig op de sensorische informatie die ze waarnemen. De dood van een ouder ervaren zij met name als scheiding, verlatenheid en missen van zorg. Dit zal er voor zorgen dat het kind gaat huilen en tekenen van ongemak zal vertonen totdat de zorg weer door een andere constante persoon wordt opgepakt. De reactie van een kind op de dood van een ouder, is hetzelfde als wanneer ze om een andere reden verlaten worden door hun ouders. Deze jonge kinderen hebben geen enkel cognitief concept over de dood.

Kinderen van 2 tot 6 jaar zitten in de preoparationele ontwikkelingsfase. Ze gebruiken concrete voorwerpen en personen om te rederen, maar de logica hierin ontbreekt nog grotendeels. Ze zien de dood als iets omkeerbaars en tijdelijks. Ze personificeren de door vaak als geest, draak of engel. Ook zullen ze de dingen die over de dood worden gezegd altijd heel letterlijk nemen. Zo zullen ze er van overtuigd zijn dat de hemel op de begraafplaats is, want mama is in de hemel en ligt daar begraven [MK].

Kinderen van 6 tot 11 jaar beginnen langzaam aan te begrijpen dat de dood onomkeerbaar is. Ze krijgen een besef van de eindigheid van het leven. Wel vinden ze het moeilijk te vatten dat iemand van hun geliefden of zij zelf kunnen sterven. Deze kinderen zitten in de fase van het concreet operationele denken. Ze kunnen logisch denken in terme van oorzaken en gevolg maar hebben moeite met abstracte ideen.

Kinderen ouder dan elf weten dat de dood onomkeerbaar is. Ook realiseren ze zich dat het leven van iedereen eindig is. Ze weten dat iedereen, inclusief zij zelf en hun geliefden eens zullen overlijden. Op deze leeftijd zijn kinderen in staat om op een filosofische en abstracte manier over de dood na te denken. Ze zijn dan in de formeel operationele fase beland. Hierdoor kunnen ze logisch nadenken over abstracte issues en hypothetische situaties.

Voor alle leeftijden geldt dat het belangrijk voor kinderen is dat ze de waarheid te horen krijgen, als er iemand is overleden. Daarom is het aan te bevelen om tijd te nemen om het kind op zijn of haar eigen nivo uit te leggen wat er gebeurd is. Het is belangrijk om uit te leggen dat de geliefde gestorven is en niet meer terug komt. Ook moet er aandacht besteedt worden aan het feit dat het kind niet schuldig is aan de dood van de overledene, of het had kunnen verkomen. Dit voorkomt dat het kind (irreële) schuldgedachten gaat ontwikkelen. Stimuleer de nabestaanden hun verdriet niet voor het kind te verbergen. Als het kind het verdriet kan delen, zal dit de gevoelens van isolatie verminderen.

Als arts kun je de ouder(s) stimuleren om het kind mee te nemen naar de uitvaart. Als het kind goed wordt voorbereid op deze gebeurtenis, is dit een waardevol onderdeel in de verwerking van het kind. Er zijn veel verschillende vormen te bedenken, waarop het kind kan worden betrokken bij de uitvaart. Een jong kind kan bijvoorbeeld een tekening maken voor in de kist, een ouder kind zou iets kunnen vertellen tijdens de uitvaartdienst.

Conclusie: Kinderen rouwen weldegelijk, zij het op een andere manier dan volwassenen. Om te begrijpen hoe een kind rouwt, zul je moeten weten in wat voor ontwikkelingsfase hij of zij verkeert. Het is belangrijk om het kind eerlijk te vertellen wat er aan de hand is als er iemand in zijn omgeving overlijdt. Hierbij moeten woorden gekozen worden die het kind begrijpt en moet worden aangesloten bij het concept wat het kind over de dood heeft. Het is verder belangrijk om te zoeken naar manieren om het kind te betrekken bij de uitvaart, de herinneringen aan de overledene etc. Dit helpt het kind om het verdriet te kunnen verwerken en zich minder geisoleerd te voelen.

Geraadpleegde literatuur:

  • [1] Grace H. Christ, MSW, DSW and Adolph E. Christ, MD, DMS Current Approaches to Helping Children Cope with a Parent’s Terminal Illness.CA Cancer J Clin 2006; 56:197-212
  • [2] Sroufe LA, Cooper R, Dehart G. Child development, Its nature and course. 1996 The McGraw-Hill Companies. (Hoofdstuk 1 The nature of development)
  • [3] Committee on psychosocial aspects of child and family health. The pedriatician and childhood bereavement. Pediatrics 2000;105: 445-7.
  • [4] Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. 1996 Lannoo Tielt. (Hoofdstuk 4 Kinderen rouwen ook)

Vandaag is het stille zaterdag. Stil, omdat de Koning in een graf ligt! Dood.

Maar wat is er eigenlijk gebeurd tussen het kruis en de opstanding? Was het echt zo’n stille dag voor Jezus? Afgelopen dinsdag hebben we met onze celgroep een hoofdstuk uit het boek van Wilkin van der Kamp ‘Het wonder van het kruis’ bestudeerd. Hoewel ik nog het nog niet helemaal begrijp, wil ik toch een weergave geven van die studie, omdat het nieuwe gezichtspunten geeft. (Ik verwijs met paginanummers naar ‘Het wonder van het Kruis’)

Mens geworden
De schrijvers van de evangeliën zeggen weinig over de tijd tussen het sterven van Jezus Christus en zijn opstanding. Op andere plekken in de bijbel vind je echter wel aanwijzingen voor de overwinning die Hij in die tijd behaald heeft op de dood. Jezus was een mens geworden van vlees en bloed. Hij moest een mens worden om te kunnen sterven en Hij moest kunnen sterven om zo de duivel op zijn eigen terrein, het dodenrijk, te kunnen verslaan.

14 Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, 15 en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood. (Hebreeen 2:14 en 15)

Het dodenrijk en de hel
Het dodenrijk, wat is dat eigenlijk? Van der Kamp maakt een onderscheid tussen de hel en het dodenrijk. In het dodenrijk wachten gestorvenen op het oordeel van God. ‘In het dodenrijk is geen werk of overleg of wijsheid (Pred 9:10), brengt niemand God dank (Ps 6:6, Jes 38:18) en heersen diepe duisternis en wanorde.’ (pag 193, Het wonder van het kruis). In Openbaring 20:13-15 wordt beschreven dat de dood en het dodenrijk hun doden terug geven, voor het oordeel. De dood en het dodenrijk worden daarna in de vuurzee (de hel) gegooid en ook allen die niet in het boek des levens op getekend staan. Als je dit in overweging neemt, is de hel nog steeds leeg!

In de psalmen wordt het dodenrijk vaak genoemd (bijv Ps 18:6, Ps 30:4). Dichters zijn bang voor de greep van het dodenrijk, maar spreken ook over een God die hen van uit het dodenrijk zal verlossen. In psalm 49 komt het dodenrijk uitgebreid aan de orde:

8 Geen mens kan een ander vrijkopen, wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. 9 De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen. 10 Onmogelijk dat iemand voor altijd zou leven, de kuil van het graf nooit zou zien. 11 Dit zien we: wijze mensen sterven, maar ook dommen en dwazen vergaan en laten hun vermogen achter. 12 Het graf is hun eeuwig thuis, hun woning van geslacht op geslacht, ook al stond er veel land op hun naam. 13 Nee, een mens, hoe rijk ook, ontkomt niet aan het duister, hij is als een dier dat wordt afgemaakt. 14 Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen, zo vergaat het wie zichzelf graag horen: 15 als schapen verblijven zij in het dodenrijk, en de dood is hun herder. In de morgen vertrappen de oprechten hun graf, hun lichaam teert weg in het dodenrijk en vindt geen rust. 16 Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. (Psalm 49)

De schrijver van deze psalm gelooft dat God hem zal vrijkopen en wegnemen uit de macht van het dodenrijk. Volgens van der Kamp is dat wat Jezus gedaan heeft in de tijd tussen zijn dood en zijn opstanding. (pag.193)

Dood als loon
In de bijbel staat dat Jezus de zonden op zich heeft genomen. Volgens een geestelijk wet is het loon wat op de zonde volgt de dood (Rom 6:23). Door de zonden op zich te nemen, kon Jezus dus sterven (zelf was Hij zonder zonde en dus ook zonder de gevolgen van de zonden). Door te sterven kreeg Hij het recht om het dodenrijk te betreden. En wie kwam Hij daar tegen? De dood, die in de bijbel wordt gepersonificeerd als de engel van de dood, in het grieks Apollyon, in het Hebreeuws Abaddon. (p199).

Krijgsgevangenen
In 1 Petrus 3: 18 en 19 staat het volgende:

18 Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt. 19 Hij is naar de geesten gegaan die gevangenzaten, om dit alles te verkondigen(…).

Hij is dus het evangelie gaan verkondigen aan de geesten die gevangen zaten. In het stuk erna wordt duidelijk dat het onder ander gaat over mensen die niet naar de waarschuwingen van Noach hebben geluisterd. Zijn stem was overigens in het dodenrijk niet onbekend. Hij had Lazarus, de jongeling van Naïn en het dochtertje van Jaïrus immers al uit het dodenrijk terug geroepen (p202). Als Overwinnaar overtroeft Hij de heerser van het dodenrijk. Hij komt de sleutels van het dodenrijk opeisen en neemt een enorme hoeveelheid zielen mee als krijgsgevangenen (Efeziers 4:8) naar de Vader. Later getuigt Jezus hier zelf van tegen Johannes op Patmos: ‘Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.’ (Openbaring 1:18) Wat triomfantelijk!

Bloed
Als Jezus dan als overwinnaar in de hemel komt, met een enorme stoet ‘zielen’, biedt Hij in het allerheiligste (de hemel) zijn bloed aan aan de Vader. Je kunt het lezen in Hebreeen 9:11 en verder. Het bloed van bokken en kalveren is niet meer nodig om het goed te maken tussen God en mensen. Jezus bloed is tot in eeuwigheid voldoende om ons mensen met God te verzoenen.

Gevolgen?
Maar wat betekent dit nu voor jou en voor mij? Jezus zelf zegt hierover het volgende:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen. (Joh. 8:51).

Jezus zelf is de confrontatie met de dood voor ons aangegaan. Als we dat geloven, hoeven we zelf nooit meer oog in oog te staan met de engel van de dood, maar mogen we direct naar de Vader gaan. Bang zijn voor de dood is dus niet meer nodig: ook al sterft je, je zult de dood niet hoeven aanschouwen, dat deed Jezus al voor je.


wonder van het kruisHoewel deze materie volkomen nieuw voor mij is, vind ik het wel grotendeels aannemelijk. Ik wist bijvoorbeeld niet dat er een verschil gemaakt kon worden tussen de hel en het dodenrijk. Sommige teksten werden mij echter wel veel duidelijker (1 Pet 3:19, Ps 49, Ef 4:8) met dit perspectief. Ik ben er dus nog niet echt uit, als je wilt reageren, graag. Ik ben benieuwd naar je reactie.Corine

Ziet u hoe hard ik leef, mijn God?

En je vecht
harder dan wie ook!
En waartegen dan?
Tegen de Allerhoogste?
Tegen de allerdiepste diepte?
Tegen de gebrokenheid,
die jou zo vertrouwd is
geworden?

En je leeft
harder dan wie ook!
Waarvoor eigenlijk?
Omdat God je schiep!
zijn levensadem
in jou,
zijn liefde
door jou heen
naar de mensen
dicht aan je hart!

Recentelijk heb ik ontdekt dat er door wordpress.com voor mij bijgehouden wordt met welke zoektermen bezoekers op mijn weblog terecht komen. Het is een fascinerende lijst. De alleropvallendste (in mijn ogen) is ‘internist corine’. Mensen die mij iets beter kennen, weten dat dit een onmogelijke combinatie is.

Mijn recepten doen het ook erg goed met het vangen van bezoekers; ‘aardbeien marineren’, ‘andijviestamppot klassiek’, ‘rode bietensalade maken’ en ‘variatie andijvie stamp’ zijn zo een aantal voorbeelden.

Twee personen waren op zoek naar de exacte voorwaarden van de niet-goed?-geld-terug-actie van activia; ‘alles over activia geld terug regeling’ en ‘activia geld terug’. Helaas heb ik daar vrij weinig over te melden. Alleen dat Vanish dit ook zou moeten invoeren.

Het is leuk om te zien, dat die zoektermen een soort weerspiegeling zijn van thema’s die ik belangrijk vind. Bijvoorbeeld ‘verhaaltjes over jezus’, ‘der messias’, ‘bijbel ik houd van je’ en ‘jongeren liefde god’.

En zelfs voor zaken waar ik helemaal geen verstand van heb, wordt mij weblog geraadpleegd; ‘regels in een huisartsenpraktijk’ en ‘oorpijn en opgezette klier’.

 

Corine

Een babbeltje op de galerij met mijn buuf. We hadden het over mijn verhaaltje over de hemelse huisarts; hoe zou het leven in de hemel er eigenlijk uit zien. Ik zei dat ik er vaak over na had gedacht dat mijn kennis en kunde straks snorkeling2 overbodig gaat zijn, aangezien mijn vak gebaseerd is op de aanwezigheid van imperfectie en gebrokenheid. Ik geloof in een toekomstige wereld waar volmaaktheid heerst en heelheid. Dus als dokter heb je dan niet meer zo veel te makken.

‘Maar iemand die nu feesten organiseert, heeft dan toch ook weinig meer te doen. Als je in de hemel een feestje wilt, knip je toch gewoon met je vingers en dan is alles in één klap geregeld,’ opperde mijn buuf. Dat leek mij toch een uiterst onaantrekkelijke plaats om te zijn. We halen toch juist voldoening uit het ’scheppen’ van dingen, het organiseren van feestjes etc. Waarom zouden we ons daar in de hemel dan niet mee bezig houden. Een hemel waar we alleen maar Philadephia zitten te vreten op een wolk, lijkt me weinig aan.

Ik ben toch meer voor een ‘hemelbeeld’ met perspectief op snorkelen.

 

Corine

 

 

(bron afbeelding: http://www.hanauma-bay-hawaii.com/)

Na een klein incident met een zwaard en een oor, wordt Jezus uiteindelijk gegrepen door de Romeinse soldaten, de Joodse gerechtsdienaars en hun aanvoerder. Voor dit doel willen ze wel samenwerken, hoewel ze allemaal zo hun eigen redenen hebben om hem uit te willen schakelen. Ze slaan hem in de boeien - alsof hij weg zou lopen - en brengen hem naar Annas en die stuurt hem door naar zijn schoonzoon.

Vervolgens beschrijft Johannes twee gebeurtenissen die zich op het zelfde moment afspelen.

Als Jezus het paleis van de hogepriester wordt ingebracht volgen twee van zijn leerlingen Hem op een afstandje. Eén van die leerlingen is een kennis van de hogepriester en de ander Petrus. De laatste gaat bij het vuur op de binnenplaats van het paleis zitten om zich te warmen. Midden tussen de slaven en gerechtsdienaars. Al snel wordt de aandacht op Petrus gevestigd. Iemand vraagt hem: ‘Jij hoort toch ook bij die Jezus uit Galilea?!’ Op luide toon, zodat iedereen die om het vuur heen zit het kan horen, ontkent Petrus: ‘Ik weet niet waar je het over hebt!!’ Nu heeft iedereen zijn accent gehoord, en hij valt op. Bovendien blijkt er ook nog een familielid van de man die Petrus het oor had afgehakt, bij het vuur te zitten. Hij herkent hem uit de olijfgaard. Voor Petrus het zich beseft, heeft hij drie keer zijn Heer verloochend. Als hij het geluid van de haan hoort, herinnert hij de woorden van Jezus. Hij snelt het paleis uit en huilt bittere tranen. Wat een ellende, hij heeft zijn Heer verloochend.

Wat moet dat een moment van afgang zijn geweest voor Petrus, van diep verdriet ook. De sanguinische Petrus, die altijd grote plannen had en gepassioneerde toewijding, hij had zijn Heer verloochend. Lucas beschrijft dat, op het moment dat hij Hem voor de 3e keer verloochend, Jezus om kijkt naar Petrus. Hij wist allang dat Petrus hem zou verloochenen. Maar Petrus had geloofd in zijn eigen passie, zijn eigen loyaliteit en trouw. En nu had hij zichzelf teleurgesteld. Hoe herkenbaar is dat en hoe bitter kunnen tranen dan zijn.

Ondertussen ondervraagt Kajafas Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus antwoordt: ‘Alles wat ik gesproken heb, heb ik in het openbaar gesproken, in de synagogen, in de tempel, op openbare plekken. Ik heb nooit in het geheim gesproken. Waarom ondervraagt u mijn toehoorders niet? Zij weten wat ik gezegd heb.’ Als zijn antwoord niet in de smaak valt en geven de dienaren die er omheen staan hem een klap in zijn gezicht. Er worden poging gedaan om betrouwbare getuigenverklaringen op tafel te krijgen. Er zijn vele getuigen, maar ze blijken allemaal een andere verklaring te hebben. Kajafas komt er ook niet verder mee en besluit Jezus naar Pilatus te brengen, die gerechtigd is te oordelen.

Nadat Jezus de leerlingen onderwezen had over zijn terugkeer naar zijn Vader en de komst van de Trooster, nam Hij hen mee naar een geliefd plekje aan de overkant van de beek, de olijfgaard. Ze koesterden er vele herinneringen aan, want ze kwamen er vaak samen. Judas kende deze plek dus ook en ook hij was vanavond hierheen gegaan met zijn cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën. Ze hadden fakkels en lantaarns bij zich.

In het kader van pasen leek het me goed om de passages over de uitlevering van Jezus, zijn berechting en zijn kruisiging weer eens te lezen. Vanaf de eerste paar verzen was ik al weer gegrepen door wat ik las en ik wil er iets van met jullie delen. Ik ben altijd een beetje vooringenomen als ik die bekende verhalen ga lezen. Ik heb ze al zo vaak gehoord en gelezen, zou ik nog wat nieuws ontdekken? Vast niet. Het tegendeel is waar! Lees maar mee de komende dagen. Ik lees vooral Johannes (vanaf hoofdstuk 18), maar maak af en toe uitstapjes naar de andere 3 verslagen.

Jezus stapte op Judas af en Judas kuste hem. Toen zei Hij tegen de bende: ‘Wie zoeken jullie?’ Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazareth’. ‘Ik ben het,’ zei Jezus. Judas stond ernaast en had nog niet eens de gelegenheid gehad iets te zeggen tegen zijn bende mannen. Van schrik deinsden de mannen achteruit en vielen op de grond. Toen ze weer overeind gekrabbeld waren herhaalde Jezus zijn vraag: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer antwoordden ze: ‘Jezus uit Nazareth’. Geduldig zei Jezus: ‘Ik heb jullie al gezegd, “ik ben het”, als jullie mij zoeken, laat hen dan met rust.’

Johannes vermeldt hier dat de woorden van Jezus zelf in vervulling gaan op dit moment: “Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan”. (Joh 6:39; 10:28; 17:12) Wat een liefdevolle en beschermende houding heeft Jezus hier richting zijn leerlingen. Je zou verwachten dat de leerlingen Hém zouden beschermen. Maar Hij vraagt niet van zijn leerlingen dat ze hem verdedigen, maar hij neemt hen in bescherming. Zij zijn hem dierbaarder dan zijn eigen leven! Als ik me besef dat dit ook een getuigenis is van Jezus liefde voor ons, zijn leerlingen, raak ik diep onder de indruk. ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden,’ zie Jezus. (Johannes 15:13) En Hij geeft ons die liefde!

Na een klein incident met een zwaard en een oor, wordt Jezus uiteindelijk gegrepen door de Romeinse soldaten, de Joodse gerechtsdienaars en hun aanvoerder. Voor dit doel willen ze wel samenwerken, hoewel ze allemaal zo hun eigen redenen hebben om hem uit te willen schakelen. Ze slaan hem in de boeien - alsof hij weg zou lopen - en brengen hem naar Annas.

Annas was degene die zonder dat hij het zelf wist, over Jezus’ dood had geprofeteerd (Johannes 11:49-50): ‘Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.’ Hij was toen hogepriester en nu, bij Jezus’ berechting, is zijn schoonzoon Kajafas dat.

Je kunt deze geschiedenis onder andere nalezen in Johannes 18

Menig co-assistent vraagt zich met enige regelmaat af of hij wel een goede arts gaat worden. Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag, aangezien er verschrikkelijk veel kanten zitten aan het artsenvak. De wannabe-chirurg kan zichzelf gerust stellen met het feit dat hij een vaste hand heeft, de aanstaande oogarts kan bogen op zijn intacte dieptezien en de internist van de toekomst leert de normaalwaarden van de laboratoriumuitslagen gewoon uit haar hoofd. En weg is alle twijfel! Daar staat de arts in spé weer in zijn witte jas, met een fatsoenlijk portie zelfvertrouwen.

Maar als je een stukje uit het boek ‘De gezonde patiënt’ van dokter Jannes Koetsier leest, lijkt het allemaal nog veel gemakkelijker. Volgens zijn checklist voldoet een goede arts aan 16 punten. Ik doe er een greep uit. Allereerst is hij of zij geïnteresseerd in de reden dat de patiënt naar het spreekuur komt. De arts heeft aandacht voor de emoties en cognities van de patiënt over de kwaal of klacht. De goede arts vindt het prima als de patiënt een second opinion wil, gebruikt voor de patiënt begrijpelijke taal en durft te laten merken niet alles te weten.

Een aantal van deze punten lijken verdacht veel op het, onder Nijmeegse geneeskunde studenten welbekende, SCEGS-model (uitleg verderop). De overige punten zijn samen te vatten als een arts die oog heeft voor de patient als persoon, die hij zonder trots benaderd. Er is dus hoop! Pak je SCEGS-aantekeningen er nog eens bij; als je die beheerst heb je zeker al 4 punten van de 16. Als je verder ook nog ‘mens’ blijft bij het uitvoeren van je vak, ben je een eind op weg richting de titel ‘goede arts’.

Voor de niet-nijmegen-geneeskunde-student:

SCEGS is een acroniem dat staat voor Somatisch, Cognitief, Emotioneel, Gedragsmatig, Sociaal. Het wordt aangeleerd aan studenten als kapstok om een vraaggesprek met de patiënt te voeren. Door het gebruik van dit model ben je in staat om onder andere boven tafel te krijgen waarom de patiënt bij je op het spreekuur is, wat zijn gedachten zijn over de kwaal en wat voor emoties de klachten met zich meebrengen.

Vanmorgen heb ik het Medisch Contact van dit weekend (7 maart 2008) uit het plastic gehaald. Eventjes doorheen bladeren met mijn duffe kop. Maar ik was al snel goed wakker, aangezien er een zeer interessant artikel in stond over bloggende dokters. Dokter Walter van der Broek wordt geïnterviewd over zijn blog-activiteiten. Hij is psychiater en blogt onder het pseudoniem dr Shock over zeer uiteenlopende onderwerpen zoals ElektroShockTherapie, de uitvinder van chocola en de media.

Ik kon het niet laten om meteen mijn pc aan te zetten en Dr Shocks weblog op te zoeken. Er ging een wereld voor me open, waarvan ik wel een vermoeden had dat ie bestond, maar nog nooit studie van gemaakt had. Bloggen is hip dus zijn er ook tal van medici die een weblog bijhouden. Hoewel een aantal verboden onderwerpen hebben ivm het beroepsgeheim, komen artsen vast en zeker veel boeiende zaken tegen in hun vak, waar ze over kunnen schrijven. Er worden zelfs top-zoveel-lijsten bijgehouden van de verschillende blogs. Ik heb mezelf nu al 2 RSS-feeds kado gedaan, en ik vermoed dat er de komende tijd nog meer interessante websteks langs zullen komen. Tot mei heb ik nog tijd, dus mocht ik bang zijn dat ik me ga vervelen, na dit artikel in het MC niet meer.

Corine

dinsdag 11 maart

Heb net mijn witte was uit de wasmachine gehaald. Op advies van mijn broertje Vanish Oxi Action Crystal White gekocht voor het luttele bedrag van €5,99. Dit zou écht gaan werken tegen alle vieze vlekken. Ik goede hoop dus om mijn witte bloesjes weer als nieuw te laten lijken, dan is het geen grote investering toch?  Het etiket op de pot liet mijn hoop nog groeien… chloorvrij bleekmiddel en optische witmaker! Hulde.

Maar goed, ik heb dus mijn witte was uit de machine gehaald. En het was nog even geel als toen ik het er in stopte. Wat hebben die zuurstofmoleculen, bleekmakers en witmiddelen eigenlijk uitgevreten in de afgelopen anderhalf uur. Schandelijk! Bij Activia heb je tenminste nog een niet-goed?-geld-terug-regeling.

(Zie, daar ben ik ook al ingetrapt..)

Next Page »