Vandaag is het stille zaterdag. Stil, omdat de Koning in een graf ligt! Dood.
Maar wat is er eigenlijk gebeurd tussen het kruis en de opstanding? Was het echt zo’n stille dag voor Jezus? Afgelopen dinsdag hebben we met onze celgroep een hoofdstuk uit het boek van Wilkin van der Kamp ‘Het wonder van het kruis’ bestudeerd. Hoewel ik nog het nog niet helemaal begrijp, wil ik toch een weergave geven van die studie, omdat het nieuwe gezichtspunten geeft. (Ik verwijs met paginanummers naar ‘Het wonder van het Kruis’)
Mens geworden
De schrijvers van de evangeliën zeggen weinig over de tijd tussen het sterven van Jezus Christus en zijn opstanding. Op andere plekken in de bijbel vind je echter wel aanwijzingen voor de overwinning die Hij in die tijd behaald heeft op de dood. Jezus was een mens geworden van vlees en bloed. Hij moest een mens worden om te kunnen sterven en Hij moest kunnen sterven om zo de duivel op zijn eigen terrein, het dodenrijk, te kunnen verslaan.
14 Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, 15 en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood. (Hebreeen 2:14 en 15)
Het dodenrijk en de hel
Het dodenrijk, wat is dat eigenlijk? Van der Kamp maakt een onderscheid tussen de hel en het dodenrijk. In het dodenrijk wachten gestorvenen op het oordeel van God. ‘In het dodenrijk is geen werk of overleg of wijsheid (Pred 9:10), brengt niemand God dank (Ps 6:6, Jes 38:18) en heersen diepe duisternis en wanorde.’ (pag 193, Het wonder van het kruis). In Openbaring 20:13-15 wordt beschreven dat de dood en het dodenrijk hun doden terug geven, voor het oordeel. De dood en het dodenrijk worden daarna in de vuurzee (de hel) gegooid en ook allen die niet in het boek des levens op getekend staan. Als je dit in overweging neemt, is de hel nog steeds leeg!
In de psalmen wordt het dodenrijk vaak genoemd (bijv Ps 18:6, Ps 30:4). Dichters zijn bang voor de greep van het dodenrijk, maar spreken ook over een God die hen van uit het dodenrijk zal verlossen. In psalm 49 komt het dodenrijk uitgebreid aan de orde:
8 Geen mens kan een ander vrijkopen, wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. 9 De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen. 10 Onmogelijk dat iemand voor altijd zou leven, de kuil van het graf nooit zou zien. 11 Dit zien we: wijze mensen sterven, maar ook dommen en dwazen vergaan en laten hun vermogen achter. 12 Het graf is hun eeuwig thuis, hun woning van geslacht op geslacht, ook al stond er veel land op hun naam. 13 Nee, een mens, hoe rijk ook, ontkomt niet aan het duister, hij is als een dier dat wordt afgemaakt. 14 Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen, zo vergaat het wie zichzelf graag horen: 15 als schapen verblijven zij in het dodenrijk, en de dood is hun herder. In de morgen vertrappen de oprechten hun graf, hun lichaam teert weg in het dodenrijk en vindt geen rust. 16 Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. (Psalm 49)
De schrijver van deze psalm gelooft dat God hem zal vrijkopen en wegnemen uit de macht van het dodenrijk. Volgens van der Kamp is dat wat Jezus gedaan heeft in de tijd tussen zijn dood en zijn opstanding. (pag.193)
Dood als loon
In de bijbel staat dat Jezus de zonden op zich heeft genomen. Volgens een geestelijk wet is het loon wat op de zonde volgt de dood (Rom 6:23). Door de zonden op zich te nemen, kon Jezus dus sterven (zelf was Hij zonder zonde en dus ook zonder de gevolgen van de zonden). Door te sterven kreeg Hij het recht om het dodenrijk te betreden. En wie kwam Hij daar tegen? De dood, die in de bijbel wordt gepersonificeerd als de engel van de dood, in het grieks Apollyon, in het Hebreeuws Abaddon. (p199).
Krijgsgevangenen
In 1 Petrus 3: 18 en 19 staat het volgende:
18 Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt. 19 Hij is naar de geesten gegaan die gevangenzaten, om dit alles te verkondigen(…).
Hij is dus het evangelie gaan verkondigen aan de geesten die gevangen zaten. In het stuk erna wordt duidelijk dat het onder ander gaat over mensen die niet naar de waarschuwingen van Noach hebben geluisterd. Zijn stem was overigens in het dodenrijk niet onbekend. Hij had Lazarus, de jongeling van Naïn en het dochtertje van Jaïrus immers al uit het dodenrijk terug geroepen (p202). Als Overwinnaar overtroeft Hij de heerser van het dodenrijk. Hij komt de sleutels van het dodenrijk opeisen en neemt een enorme hoeveelheid zielen mee als krijgsgevangenen (Efeziers 4:8) naar de Vader. Later getuigt Jezus hier zelf van tegen Johannes op Patmos: ‘Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.’ (Openbaring 1:18) Wat triomfantelijk!
Bloed
Als Jezus dan als overwinnaar in de hemel komt, met een enorme stoet ‘zielen’, biedt Hij in het allerheiligste (de hemel) zijn bloed aan aan de Vader. Je kunt het lezen in Hebreeen 9:11 en verder. Het bloed van bokken en kalveren is niet meer nodig om het goed te maken tussen God en mensen. Jezus bloed is tot in eeuwigheid voldoende om ons mensen met God te verzoenen.
Gevolgen?
Maar wat betekent dit nu voor jou en voor mij? Jezus zelf zegt hierover het volgende:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen. (Joh. 8:51).
Jezus zelf is de confrontatie met de dood voor ons aangegaan. Als we dat geloven, hoeven we zelf nooit meer oog in oog te staan met de engel van de dood, maar mogen we direct naar de Vader gaan. Bang zijn voor de dood is dus niet meer nodig: ook al sterft je, je zult de dood niet hoeven aanschouwen, dat deed Jezus al voor je.
Maa 24 Mrt 2008 at 7:40 pm
Lees ook eens:
Vraag 44: Waarom volgt er: neergedaald in de hel?
Antwoord: Daardoor mag ik er in mijn felste aanvechtingen zeker van zijn en er rijke troost uit putten, dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft1.
Hij heeft deze verlossing bewerkt door zijn onuitsprekelijke angsten, smarten, verschrikking en helse kwelling, waarin Hij gedurende heel zijn lijden, maar vooral aan het kruis, verzonken was2.
1 Jes. 53:5. 2 Mat. 26:38; 27:46; Heb. 5:7.
en misschien bedoel je Ef 4:8 i.p.v. Ef 4:18:
7 Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8 Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9 ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10 Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen.(Efeze 4:6-10)
Di 25 Mrt 2008 at 12:04 am
Volgens mij lees ik in de bijbel dat Jezus in het dodenrijk is neergedaald en niet in de hel. Ik geloof absoluut dat Jezus ons van de angst en de pijn van de hel heeft verlost.
(…) en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood. (Hebreeen 2:14 en 15)
Enne het is inderdaad vers 8 en niet vers 18 van Efeziers 4. Dank