april 2008


Voordat een antibioticum op de markt mag worden gebracht moet er heel wat gebeuren. Nadat is aangetoond dat het middel  bacteriën in een schaaltje op een voedingsbodem kan doden, moet worden aangetoond dat het ook effect heeft in levend weefsel.

Dat gaat als volgt:

  • Men neme een 1.000.000 bacteriën en spuit die in het dijbeen van een muis
  • Herhaal dit een aantal maal in telkens een nieuwe muis
  • Dien de muis vervolgens een antibioticum toe, bij elke volgende muis een hogere dosering
  • Wacht 24h
  • Neem het dijbeen van de muis en mix dit met een staafmixer
  • Bepaal het aantal bacteriën in de dijbeenmassaAUC MIC

Het aantal bacteriën dat je na 24h meet, kun je uitzetten tegen de totale hoeveelheid aan antibioticum wat je hebt toegediend. Als je helemaal niks toedient ( [AB] = 0 ) zullen de bacteriën vrijelijk kunnen groeien. Ze worden beperkt door de ruimte die er is in het dijbeenweefsel. Uiteindelijk zullen ze ongeveer een aantal van 10^9 bereiken. (1.000.000.000). Als je een heel hoge concentratie van het middel toedient, zul je geen bacteriën meer kunnen aantonen in de dijbeenmassa. Dat betekent dat er 100 bacterien aanwezig zijn. De grafiek die hieruit volgt ziet er uit als in het plaatje. (AUC op de x-as staat voor Area Under the Curve en is de totale dosis aan antibioticum die je toedient.) Naar aanleiding van deze metingen kun je conclusies trekken over de dosering die je minimaal nodig hebt om een infectie met dit middel te behandelen.

Dankzij antibiotica leven we nu veel langer dan 70 jaar geleden toen er nog geen antibiotica bestonden. Vroeger stierf bijvoorbeeld 100% van de patiënten met een hersenvliesontsteking. Nu is dat 10-30%. Voor de komst van de antibiotica stierf 50% van de patiënten met tuberculose, nu is dat in Nederland 1-7%.

Waarom dit technische verhaal?

Zou jij je dijbeen willen lenen voor dit onderzoek? Ik niet! Toch zijn er een hoop mensen die vandaag hebben geroepen dat dierproeven moeten worden afgeschaft. Het is vandaag Wereldproefdierendag. In het filmpje van de Jakhalzen in DWDD kwamen een aantal proefdierliefhebbers aan het woord. Het is treurig wat die allemaal roepen, zonder enige kennis van zaken te hebben over bijvoorbeeld het effect op de gezondheidzorg en de volksgezondheid als er geen proefdierproeven zouden zijn uitgevoerd.

Corine

Is er een ramp aan de hand? Zo kun je het wel stellen ja! Is de lente net lekker op dreef, beginnen er giftige stoffen in de lucht rond te dwarrelen. Niet iedereen ervaart er nadelige gevolgen van trouwens. Veel mensen kunnen rustig rondlopen zonder een enkel probleem. Maar ik niet! Ik snotter en nies en proest de heleboel bij elkaar.

Na elke winter ben ik het weer vergeten, dat ik hooikoorts heb. Het komt altijd als een donderslag bij heldere hemel. Twee lieve vriendinnen hebben mij al moeten meemaken in de afwezigheid van medicijnen, in aanwezigheid van pollen in Frankrijk (mei 2006) en de Ardennen (mei 2007). Ik kan je vertellen dat ik dan niet de gezelligste ben. De dichtsbijzijnde apotheek is dan een uitkomst. Ik had gedacht dat ik nu niet meer zou vergeten dat mei de maand is van de medicijn-afhankelijkheid. Ik hoefde niets te vrezen, want het is nog maar april.

Dit weekend heb ik s morgens heerlijk mijn dekbed laten luchten uit het raam. De daarop volgende nacht was een ramp. Veel zakdoeken en weinig slaap. (DD/ virale verkoudheid?). Toen ik mijn zusje sprak op Skype zei ze: ‘He heb je last van je hooikoorts?!’ Briljant! Het was nog niet in mij opgekomen. Nog een dokter-in-spé in de familie?

Dus deuren en ramen gesloten houden, dekbed wassen, zonnebril op buiten. Maar het mocht niet baten…

Vandaag ben ik begonnen met een grootscheepse slijmvliesattack: xylo-neusspray, fluticason-neusspray, ceterizine-tablet en heel veel balsemzakdoekjes… Hopelijk kan ik binnenkort mijn ramen en deuren weer openen om de lente te verwelkomen!