Na een lange radiostilte is het tijd om weer eens wat te bloggen. Ik maak genoeg mee, maar heb weinig tijd om de rust te vinden het in woorden te vangen. Om mijn leescijfers weer eens wat op te krikken, nu een berichtje over huis-tuin-en-keuken-zaken.
Gister was een gewone zondag. Ik geniet altijd van de heerlijke tijd in de kerkdienst. De warmte en verbondenheid daar doen me altijd goed. Als ik thuis kom, vind ik het vaak stil. Het contrasteert met de aula van de scholengemeenschap. Gister was mijn zondagmiddag waardeloos leeg. Ik mailde wat, ik las een stukje, ik at een broodje en toen het tijd was voor het avondeten, flansde ik wat in elkaar. Het was allemaal net niks.
Ik vermande me, zette mijn lamlendige gevoel aan de kant en besloot naar oma Jannie te gaan. Ze woont vlak bij, ze is net verhuisd, waardoor ze nu feitelijk mijn buurvrouw geworden is. Ik wilde mijn hart ff luchten, mijn tranen kwijt en samen bidden. Ik pootte mijn fiets voor de deur van het verzorgingshuis, onder drie paar waakzame ogen van rokende bejaarden. Mijn fiets zou niet gejat worden. Toen ik op de 7e verdieping aan kwam, zag ik dat de kamer van oma Jannie donker was. En haar rollator stond niet op z’n vaste plek naast de deur: ze was er niet.
Huilend fietste ik naar huis. Mijn altijd vertrouwde stad voelde aan als eenzame plaats. Ik wilde een arm om me heen, maar kon er geen in de buurt bedenken. En toen ik thuis kwam en een vriendin en een zus probeerde te bellen, namen ze beiden niet op. Wat kan alles opeens dramatisch zijn, met één domme oorzaak: mijn hormonen.
Mannen, jullie zullen dit vast niet kunnen begrijpen. Althans misschien hebben sommigen van jullie het leren accepteren in de aanwezigheid van je geliefde. Maar ik kan het jullie niet kwalijk nemen. Jarenlang heb ik me laten opschrikken door mijn eigen verdriet en tranendalen. Totdat ik eindelijk begreep dat er een patroon in zat.
Vanmorgen stond ik op met dikke ogen. Maar het was een goede nieuwe dag die God had gemaakt, voor mij, voor jou. Ik genoot van mijn bezigheden en van de zon. Zonet ben ik weer op de fiets gesprongen en naar oma Jannie gegaan. ‘Had u dat nou vroeger ook?’ ‘Ach ja kind, dat heeft toch iedere jonge vrouw!’ We hebben samen koffie gedronken, gelachen en gebeden. En ook nog een paar tranen gehuild, over dat wat ons bezighoudt. Maar we wisten samen dat onze Hemelse Vader voor ons zorgt. Dat Hij onze gevoelens kent, zelfs als het ‘domme dingen’ zijn waarom we huilen, zoals hormonen.
