‘Weet je al wat je wilt gaan doen?’ Deze vraag krijg ik de afgelopen weken zeer vaak. Eerst was mijn antwoord nog: ‘Ik wil eerst wat ervaring op doen en daarna solliciteren voor de huisartsenopleiding.’ ‘Oh leuk,’ was dan vaak het antwoord. Nu ik echter mijn weerstand op gegeven heb tegen mijn groeiende interesse voor de microbiologie en openbaar durf toe te geven dat ik sterk overweeg microbioloog te worden, zijn de reacties heel anders.
‘Microbiologie? Oh, bijzonder,’ of ‘Oh, je gaat dus een carrieremove maken, wel zonde van die 6 jaar geneeskunde’ of ‘Hoezo microbiologie, de hele dag door de microscoop kijken,’ of ‘Dat is ook jammer, dat je dan geen patiëntencontact meer hebt’. Het ergste zijn de opmerkingen waarbij er een geestelijke draai aan wordt geven: ‘Is dat niet zonde van de gaven die je heb gekregen?’ Tussen de regels door klinkt een verwijt dat ik de mensheid te kort zou doen door mezelf ‘op te sluiten’ in een lab.
Nou, ik zal je vertellen wie er in het lab werken: uiterst sociaal-onbegaafde mensen. Ze zijn als ‘mensen-dokter’ mislukt en hebben zich teruggetrokken in hun laboratoriumburcht. Veilig, ver weg van alles wat ’sociaal’ is. Ze doen hun ding, volkomen op zichzelf, zonder enige vorm van menselijke communicatie. Ze halen hun hart op bij het determineren van bacteriën, communiceren met schimmels en koesteren virussen. Feitelijk fungeert het lab als een uitslagenmachine: je stopt er een potje sputum of een flesje bloed in en er komt een uitslag uit.
De uiterst empatische ‘mensen-dokter’ neemt vervolgens de uiterst verantwoordelijke taak op zich om deze uitslag aan de patiënt mee te delen: ‘Meneer, uw infectie wordt veroorzaakt door een coagulase negatieve staaf. We zullen het moeten behandelen met penicilline in een infuus.’ Het is maar goed dat dat aan de mensen-dokter wordt overgelaten. Want het is wel duidelijk wie hier echt doktert.
Vandaag post ik een stuk van de hand van Babs Verblackt. Een aantal weken geleden interviewde ze mij samen met 2 vriendinnen over hoe wij ons geloof beleven in onze studie. Hieronder het stuk wat vandaag in ‘Arts in spé’ verscheen.
Geloven in meer dan geneeskunde
Publicatie: Nr. 1 – februari 2009
Auteur: Babs Verblackt
Pagina: 8-11
‘De evolutietheorie is niet mijn waarheid’
Ze gaan met God aan hun zijde hun studie door. Dat geeft steun, maar ook dilemma’s. Hoe combineer je geneeskunde en geloof? Vijf studenten – één moslim en vier christenen – vertellen.
Parweez Kohestanie (zesdejaars), Toos Manintveld (zesdejaars) en Mark-Jan (vierdejaars), Annelies (zevendejaars) en Corine (zesdejaars), die alleen hun voornamen willen gebruiken, studeren vol overgave geneeskunde in Nijmegen en Groningen. Maar met net zoveel overgave geloven ze in meer dan wetenschap alleen.
‘Mijn keuze voor geneeskunde is deels uit mijn geloof voortgekomen’, zegt Parweez. ‘In de Koran staat: wie één mens redt, redt de hele mensheid. Je móet mensen helpen, dat is mijn islam. Ik voel ook echt voldoening als ik een patiënt help. Welk geloof ze hebben, hoef ik niet te weten, ik help iedereen. Je hart moet even wit zijn als je doktersjas.’
Voor Mark-Jan was geneeskunde juist een aanleiding zich in het geloof te verdiepen. Hij begon in 2005 niet-gelovig aan zijn studie. ‘Ik kon al het lijden dat ik in de studie zag, moeilijk rijmen met de bewering dat er een liefdevolle God is’, zegt hij. ‘Dus besloot ik nog één laatste keer te zoeken of er inderdaad meer is. Ik dacht: als er een God is, moet hij zich maar aan me kenbaar maken. Ik begon met bijbellezen en naar kerkdiensten gaan. Op een gegeven moment gebeurden zulke bijzondere dingen, zoals gebeden die werden verhoord en dingen die te toevallig waren, dat ik ervan overtuigd raakte dat God wel moest bestaan.’
Nog steeds vindt hij het moeilijk om lijden te plaatsen of te aanschouwen. ‘Maar ik geloof dat lijden niet van God komt en dat God met de mensen meevoelt. Zijn antwoord is mensen te gebruiken om iets eraan te doen. Geneeskunde is een van zijn instrumenten om mensen van lijden te verlossen.’
Volgens Annelies heeft God leiding gehad in haar keuze voor geneeskunde. ‘Het is niet zo dat ik vanuit de Bijbel dacht: ik moet arts worden. In het begin twijfelde ik zelfs aan geneeskunde’, vertelt ze. ‘Moest ik nou wel of niet meeloten? Ik besloot het in Gods handen te leggen. Niet het lot, maar God, zeggen ze wel eens. Ik werd meteen ingeloot.’
(Meer…)