Vandaag post ik een stuk van de hand van Babs Verblackt. Een aantal weken geleden interviewde ze mij samen met 2 vriendinnen over hoe wij ons geloof beleven in onze studie. Hieronder het stuk wat vandaag in ‘Arts in spé’ verscheen.
Geloven in meer dan geneeskunde
Publicatie: Nr. 1 – februari 2009
Auteur: Babs Verblackt
Pagina: 8-11
‘De evolutietheorie is niet mijn waarheid’
Ze gaan met God aan hun zijde hun studie door. Dat geeft steun, maar ook dilemma’s. Hoe combineer je geneeskunde en geloof? Vijf studenten – één moslim en vier christenen – vertellen.
Parweez Kohestanie (zesdejaars), Toos Manintveld (zesdejaars) en Mark-Jan (vierdejaars), Annelies (zevendejaars) en Corine (zesdejaars), die alleen hun voornamen willen gebruiken, studeren vol overgave geneeskunde in Nijmegen en Groningen. Maar met net zoveel overgave geloven ze in meer dan wetenschap alleen.
‘Mijn keuze voor geneeskunde is deels uit mijn geloof voortgekomen’, zegt Parweez. ‘In de Koran staat: wie één mens redt, redt de hele mensheid. Je móet mensen helpen, dat is mijn islam. Ik voel ook echt voldoening als ik een patiënt help. Welk geloof ze hebben, hoef ik niet te weten, ik help iedereen. Je hart moet even wit zijn als je doktersjas.’
Voor Mark-Jan was geneeskunde juist een aanleiding zich in het geloof te verdiepen. Hij begon in 2005 niet-gelovig aan zijn studie. ‘Ik kon al het lijden dat ik in de studie zag, moeilijk rijmen met de bewering dat er een liefdevolle God is’, zegt hij. ‘Dus besloot ik nog één laatste keer te zoeken of er inderdaad meer is. Ik dacht: als er een God is, moet hij zich maar aan me kenbaar maken. Ik begon met bijbellezen en naar kerkdiensten gaan. Op een gegeven moment gebeurden zulke bijzondere dingen, zoals gebeden die werden verhoord en dingen die te toevallig waren, dat ik ervan overtuigd raakte dat God wel moest bestaan.’
Nog steeds vindt hij het moeilijk om lijden te plaatsen of te aanschouwen. ‘Maar ik geloof dat lijden niet van God komt en dat God met de mensen meevoelt. Zijn antwoord is mensen te gebruiken om iets eraan te doen. Geneeskunde is een van zijn instrumenten om mensen van lijden te verlossen.’
Volgens Annelies heeft God leiding gehad in haar keuze voor geneeskunde. ‘Het is niet zo dat ik vanuit de Bijbel dacht: ik moet arts worden. In het begin twijfelde ik zelfs aan geneeskunde’, vertelt ze. ‘Moest ik nou wel of niet meeloten? Ik besloot het in Gods handen te leggen. Niet het lot, maar God, zeggen ze wel eens. Ik werd meteen ingeloot.’
Mooi bedacht
Dat de studenten in hun studie vrijwel direct de evolutietheorie in plaats van het scheppingsverhaal op hun bord krijgen, daarmee kunnen ze wel leven. Al vinden ze het jammer dat het vaak als enige mogelijkheid wordt gepresenteerd. ‘De evolutietheorie is niet mijn waarheid, maar ze mogen het best in een boek schrijven’, redeneert Corine. ‘Maar dat de schepping ook een optie is, dat heb ik wel gemist in de studie.’
Mark-Jan vond het moeilijk om bijbel en evolutietheorie naast elkaar te zien. ‘Maar ze sluiten elkaar niet uit’, meent hij nu. ‘Micro-evolutie bestaat gewoon. Je ziet dat virussen zich evolueren. Het immuunsysteem vind ik ook heel interessant. De wetenschap denkt: mooi geëvolueerd. Ik denk: dat heeft God mooi bedacht. Het kan zijn dat het door toeval is ontstaan, maar daarvoor zit het in mijn ogen te ingewikkeld in elkaar. Ik geloof dat God het immuunsysteem heeft gemaakt, maar de micro-evolutie heeft gebruikt om het zo te krijgen.’
Geneeskunde lijkt soms verdacht veel op ‘God spelen’. Hun geloof bepaalt ook hoe de studenten denken over de constante ontwikkelingen op medisch gebied. ‘Krijgen we ooit baby’s op bestelling? Dat ouders vooraf de kleur ogen en lengte van hun kind kunnen bepalen. Daar zie ik niks in’, zegt Parweez. ‘Ik ben tegen genetische selectie, maar genetische manipulatie om ziekten of handicaps te voorkomen, daarvan zou ik voorstander zijn. Ik ben sowieso tegen abortus, behalve als de gezondheid van de moeder in gevaar is of na verkrachting, zoals de islam zegt.’
Bidden
Door de drukte van de studie, komen de studenten niet altijd zo vaak als ze zouden willen aan hun geloof toe. ‘Ik probeer vijf keer per dag te bidden, en er is meestal wel een stil hoekje of gebedsruimte waar dat kan’, aldus Parweez.
‘Maar tijdens de coschappen kun je niet zomaar bij een operatie of gesprek met een patiënt zeggen: sorry, ik moet even bidden. Ik ben 24 uur per dag moslim en bidden is voor mij meer dan alleen op een matje staan en roepen. Wat je als arts doet, is ook een gebed, want je bent goed bezig.’
Vasten tijdens de ramadan slaat hij niet over. ‘Ik kan niet zeggen: ik ben arts, dus ik doe het niet. Een gebed kun je makkelijk inhalen, vasten niet. Soms is het wel lastig, maar ik ben het gewend.’
De studie geeft eveneens reden tot gebed. ‘Een nieuw coschap is altijd spannend, dan bid ik voor een goed verloop ervan’, noemt Toos als voorbeeld. ‘En als ik op de OK sta, bid ik soms in mezelf voor mensen. Of vóór een slechtnieuwsgesprek.’ Hoe ze bidden verder kan toepassen, houdt haar bezig. ‘Ik zal als arts moeilijke situaties tegenkomen waarbij ik zou kunnen bidden met of voor de patiënt. Ik geloof ook in gebedsgenezing. Ik vraag me soms af of, en hoe ik daar invulling aan kan geven. Een psalm lezen of bijbeltekst geven, daarmee zou ik geen moeite hebben. Maar als een patiënt vraagt: “Dokter, zou u willen bidden?”, dan begeef je je op glad ijs. De arts-patiëntrelatie moet professioneel blijven.’
Keuzevrijheid
De studenten beamen of verwachten dat de coschappen de meeste vragen omtrent hun geloofsovertuiging oproepen. Vooral vanwege de veelvuldige confrontatie met leven en dood. ‘Als je nog niet met die situaties in aanraking komt, is het heel makkelijk zwart-wit te denken. Het wordt moeilijker als je echt een patiënt voor je hebt’, zegt Annelies.
De studenten benadrukken allemaal dat de keuzevrijheid van de patiënt heilig is. ‘Je kunt extra je best doen alternatieven aan te bieden, maar je moet niets opdringen’, verwoordt Corine de algemene mening. Hoewel haar geloof dilemma’s in de geneeskunde oplevert, bekijkt ze het graag ook van de andere kant. ‘Mijn geloof is echt niet een set van regels, al zien veel mensen het wel zo. Ik vind het een voordeel dat ik een basis heb van waaruit ik kan redeneren. Ik zie andere studenten soms zoeken naar zo’n basis. Niet dat ik tijdens de studie nooit heb getwijfeld aan de uitgangspunten van mijn geloof, maar nooit zo dat ik overwoog het aan de kant te zetten.’
Ze vindt het jammer dat er weinig aandacht is voor de geloofsovertuiging van studenten. ‘Je geloof of levensovertuiging is zo vormend voor hoe je als arts wordt. Ik zou daarvoor wel meer aandacht willen in het curriculum.’
Museumstuk
De artsen in spe bespreken hun ervaringen, uitdagingen, twijfels en dilemma’s nu vooral met gelovige medestudenten of bij studentenverenigingen van hun eigen geloof. Andere studenten of patiënten vertellen ze graag over hun religie, maar vaak alleen als het gesprek toevallig daarop uitkomt. Het geloof van de daken schreeuwen hoeft niet, vinden ze. Maar onder stoelen of banken steken, of je ervoor schamen ook niet. En blijf vooral jezelf.
‘Hoe kun je nou arts worden als je christen bent?, krijg ik soms te horen’, zegt Corine. ‘Of ze vinden je een soort museumstuk, verrast dat er nog gelovige studenten bestaan. Juist dan vertel ik graag hoe ik met mijn vak omga.’ Voor niet-gelovige studenten heeft ze tot slot ook een advies: ‘Vraag eens aan zo’n “rare christen” hoe het zit. Dan blijkt het misschien toch niet allemaal zo raar te zijn.’