Medici


What a privilege to be at Capernwray and to have some time to reflect on the past several months. Straight after I finished medical school I started with my first job as a young doctor at the intensive care unit and I enjoyed it a lot. But at the same time, it has been tough. There was a high cost to my busy and demanding schedule. I wasn’t able to pay enough attention to the most important things in my life. First of all my relationship with God slid back. I found no rest to spend quality time with God. I prayed only in the few spare moments that I had, for instance during my drive to work. Also I found no time to read my Bible. Since I had to work many Sundays, I couldn’t attend my church on these days. I felt alone in my walk with God. Furthermore it was hard to find time to spend with my family and friends, let alone for exercise. My life became more and more a pitiful combination of working, eating and sleeping. When I came home, I had no energy to prepare a proper meal; I ate food I could prepare quickly (I would almost use the term fast-food, but that would be too shocking…). In the evening I watched the TV. And  then I went to sleep for a couple of hours.

While I am here, I have started to realise this is not the way I want to live my life. Life is not all about working. Yes, I like my work. I am passionate to offer patients excellent healthcare. I want to give the best of myself as a doctor and a human being. I believe my patients deserve my full attention and my genuine respect. But how am I supposed to be a devoted doctor if I live a life that is unhealthy and draining?

Yesterday I read an article in Student British Medical Journal. It was called ‘Give us a break – working hours and mental health need more attention’ (November 2009, page 404). Jennifer Price, a trainee in vascular surgery, wrote very honestly about her struggle with mental illness. Concerning the continuation of her study she got the advice to either quit medicine or just get on being a doctor. There seemed to be no way in between these options. She was determined to find a way to become a doctor so she sought for alternative options to those suggested. Then she found out that she could apply for a less than full time (LTFT) training program in the United Kingdom. This program gave her the opportunity to finish her psychotherapy, to take time for reflection and to spend time with friends and family.

Price argues that ‘doctors work too many hours and spend little time at home: relationships suffer, exercise decreases and loneliness abounds.’ She suggests that this could contribute to self medication, alcohol and drugs problems amongst doctors. She states: ‘Although conditions or doctors have improved over the past decade, I recognise a persisting mindset that in becoming doctors we accept responsibility to put our profession ahead of our personal needs.’

This article was an encouragement for me. Often I feel little acknowledgement when I express my uncertainties about my career as a doctor. Many seem to be afraid for the judgement of collegues and the consequences for their CV. I think Price’s statements are sound. We get training in an environment that asks us to give all we have. If we either don’t want or are not able to give all we have in our profession we are considered to be unmotivated and not enough devoted. There is little room for our own needs, uncertainties and weaknesses.

I wonder why we are so inconsistent when it comes to our standards. Many doctors have the legitimate feeling that they cannot motivate their patients for quitting smoking if they keep smoking themselves. However, we try to motivate patients to have a healthy, balanced lifestyle while we are unable to live a balanced and healthy life ourselves.

The Maker of the universe took time to rest after He had performed an enormous job. He taught his people in the early ages to take enough rest and to remember the previous years in slavery. They got the opportunity to celebrate their freedom every week. Jesus took time to rest once in a while. Therefore I am convinced that God made us thrive by the alternation of work and rest. When you work do it as if for God. And when you rest, remember that He has blessed you. image

The question remains how to live a balanced and healthy life as a doctor…

Corine

Soms kunnen de momenten van heldendom zich snel afwisselen met momenten van diep besef dat je een beginneling bent. In de afgelopen dagen waren er momenten van grote trots, het gevoel iets bereikt te hebben, een end op weg te zijn. Maar vanmiddag was me ook weer erg duidelijk hoe goed ik in de beginners-categorie pas.

Vrijdag mailde een specialist uit het ziekenhuis me of ik hem wilde bellen op zijn pieper. Dus ik het Radboud bellen en met doorlaten verbinden met dokter S. ‘Ja, waarvoor ik je wilde spreken,’ zei hij, ‘is dat we binnenkort sollicitatierondes hebben. Ik zou het leuk vinden als je mee-solliciteert voor een opleidingsplek.’ Hij had zich enigszins vergist; dacht dat ik al basisarts was, of dat binnen enkele weken zou zijn. Dat duurt nog maanden, dus dat solliciteren gaat niet door. Maar toch ging ik triomfantelijk naar de assistentes van de huisarts (waar ik nu stage loop), om te vertellen dat ik uitgenodigd was om mee te solliciteren. Dikke veer in mijn reet!

Vanmiddag werd ik weer gepositioneerd in die andere categorie; ‘beginner’. Ik was in gesprek met een patiënt en ik probeerde toe te passen wat we enkele uren daarvoor als feedback hadden meegegeven aan een medestudent: hou zelf de regie in het consult. De patiënt ging er totaal met de regie vandoor en het gesprek was mega chaotisch. Ik kon niet anders dan bekennen aan mijn supervisor dat ik er niet veel van had gebakken. En of hij me wilde helpen…

Maar gelukkig mocht ik toch met een succesje naar huis vandaag. Ik heb een corpus alienum van een cornea afgegutst(=stofje uit een oog gehaald). Verdoofd, vergrootglasbril op, oogleden fixeren, hup met een gutsje er langs en de patiënt was van de oorzaak van zijn rode oog af. Het stukje wat in zijn oog zat, was 2 dagen eerder op de huisartsenpost over het hoofd gezien.

In zekere mate zullen we altijd beginners blijven! Maar wat geeft het? Ik heb vandaag voor het eerst iets uit iemands oog gegutst. Leren is leuk!

Menig co-assistent vraagt zich met enige regelmaat af of hij wel een goede arts gaat worden. Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag, aangezien er verschrikkelijk veel kanten zitten aan het artsenvak. De wannabe-chirurg kan zichzelf gerust stellen met het feit dat hij een vaste hand heeft, de aanstaande oogarts kan bogen op zijn intacte dieptezien en de internist van de toekomst leert de normaalwaarden van de laboratoriumuitslagen gewoon uit haar hoofd. En weg is alle twijfel! Daar staat de arts in spé weer in zijn witte jas, met een fatsoenlijk portie zelfvertrouwen.

Maar als je een stukje uit het boek ‘De gezonde patiënt’ van dokter Jannes Koetsier leest, lijkt het allemaal nog veel gemakkelijker. Volgens zijn checklist voldoet een goede arts aan 16 punten. Ik doe er een greep uit. Allereerst is hij of zij geïnteresseerd in de reden dat de patiënt naar het spreekuur komt. De arts heeft aandacht voor de emoties en cognities van de patiënt over de kwaal of klacht. De goede arts vindt het prima als de patiënt een second opinion wil, gebruikt voor de patiënt begrijpelijke taal en durft te laten merken niet alles te weten.

Een aantal van deze punten lijken verdacht veel op het, onder Nijmeegse geneeskunde studenten welbekende, SCEGS-model (uitleg verderop). De overige punten zijn samen te vatten als een arts die oog heeft voor de patient als persoon, die hij zonder trots benaderd. Er is dus hoop! Pak je SCEGS-aantekeningen er nog eens bij; als je die beheerst heb je zeker al 4 punten van de 16. Als je verder ook nog ‘mens’ blijft bij het uitvoeren van je vak, ben je een eind op weg richting de titel ‘goede arts’.

Voor de niet-nijmegen-geneeskunde-student:

SCEGS is een acroniem dat staat voor Somatisch, Cognitief, Emotioneel, Gedragsmatig, Sociaal. Het wordt aangeleerd aan studenten als kapstok om een vraaggesprek met de patiënt te voeren. Door het gebruik van dit model ben je in staat om onder andere boven tafel te krijgen waarom de patiënt bij je op het spreekuur is, wat zijn gedachten zijn over de kwaal en wat voor emoties de klachten met zich meebrengen.

Vanmorgen heb ik het Medisch Contact van dit weekend (7 maart 2008) uit het plastic gehaald. Eventjes doorheen bladeren met mijn duffe kop. Maar ik was al snel goed wakker, aangezien er een zeer interessant artikel in stond over bloggende dokters. Dokter Walter van der Broek wordt geïnterviewd over zijn blog-activiteiten. Hij is psychiater en blogt onder het pseudoniem dr Shock over zeer uiteenlopende onderwerpen zoals ElektroShockTherapie, de uitvinder van chocola en de media.

Ik kon het niet laten om meteen mijn pc aan te zetten en Dr Shocks weblog op te zoeken. Er ging een wereld voor me open, waarvan ik wel een vermoeden had dat ie bestond, maar nog nooit studie van gemaakt had. Bloggen is hip dus zijn er ook tal van medici die een weblog bijhouden. Hoewel een aantal verboden onderwerpen hebben ivm het beroepsgeheim, komen artsen vast en zeker veel boeiende zaken tegen in hun vak, waar ze over kunnen schrijven. Er worden zelfs top-zoveel-lijsten bijgehouden van de verschillende blogs. Ik heb mezelf nu al 2 RSS-feeds kado gedaan, en ik vermoed dat er de komende tijd nog meer interessante websteks langs zullen komen. Tot mei heb ik nog tijd, dus mocht ik bang zijn dat ik me ga vervelen, na dit artikel in het MC niet meer.

Corine

Ik krijg weer de unieke kans om over de schouder van een wel heel bijzondere medicus mee te kijken. Hij heeft een huisartsenpraktijk in de hemel. Meneer Zegwaard komt bij zijn hemelse huisarts om zijn cholesterol en bloeddruk te laten controleren. Het gesprek verloopt als volgt:

HH: hemelse huisarts
Z: meneer Zegwaard

HH: Vertel eens, wat kan ik voor u betekenen?
Z: Ik vraag me af of mijn cholesterol niet eens gecontroleerd moet worden. Vroeger hoorde je daar zo vaak over, dokter.
HH: Maakt u zich ergens zorgen over meneer Zegwaard?
Z: Nee, dokter natuurlijk niet, maar gewoon voor de zekerheid. Het kan toch geen kwaad om het te controleren?
HH: Ik kan u verzekeren dat uw cholesterolwaarde prachtig is en u een bloeddruk heeft van een jonge vent.
Z: Hoe kunt u dat nu zomaar zeggen, dokter? U maakt een grapje… Meet nu mijn bloeddruk maar, en als u me dan zo’n groen formulier geeft voor de prikpost…
(korte stilte)
HH: Ik denk dat we elkaar verkeerd begrijpen. Hier gelden namelijk hemelse regels. In die regels staat onder andere vast gelegd dat iedereen een prachtige cholesterolwaarde heeft en een bloeddruk van een jonge vent.
Z: Maar hoezo? Ik begrijp het niet…?
HH: Mijn Supervisor, de Heelmeester, heeft me dit verteld. Hij heeft deze regels hier ingesteld. We hebben met de vergadering van hemelse huisartsen afgesproken dat we geen bloeddrukken meer meten en niets meer prikken. Het is allemaal onnodige moeite.
Z: (vertwijfeld) Maar dokter, waarom zit u hier dan nog?
HH: Om uw vragen te beantwoorden. (korte stilte) Heeft u nog vragen, meneer Zegwaard?

Einde

Volgende Pagina »