Medici


Soms kunnen de momenten van heldendom zich snel afwisselen met momenten van diep besef dat je een beginneling bent. In de afgelopen dagen waren er momenten van grote trots, het gevoel iets bereikt te hebben, een end op weg te zijn. Maar vanmiddag was me ook weer erg duidelijk hoe goed ik in de beginners-categorie pas.

Vrijdag mailde een specialist uit het ziekenhuis me of ik hem wilde bellen op zijn pieper. Dus ik het Radboud bellen en met doorlaten verbinden met dokter S. ‘Ja, waarvoor ik je wilde spreken,’ zei hij, ‘is dat we binnenkort sollicitatierondes hebben. Ik zou het leuk vinden als je mee-solliciteert voor een opleidingsplek.’ Hij had zich enigszins vergist; dacht dat ik al basisarts was, of dat binnen enkele weken zou zijn. Dat duurt nog maanden, dus dat solliciteren gaat niet door. Maar toch ging ik triomfantelijk naar de assistentes van de huisarts (waar ik nu stage loop), om te vertellen dat ik uitgenodigd was om mee te solliciteren. Dikke veer in mijn reet!

Vanmiddag werd ik weer gepositioneerd in die andere categorie; ‘beginner’. Ik was in gesprek met een patiënt en ik probeerde toe te passen wat we enkele uren daarvoor als feedback hadden meegegeven aan een medestudent: hou zelf de regie in het consult. De patiënt ging er totaal met de regie vandoor en het gesprek was mega chaotisch. Ik kon niet anders dan bekennen aan mijn supervisor dat ik er niet veel van had gebakken. En of hij me wilde helpen…

Maar gelukkig mocht ik toch met een succesje naar huis vandaag. Ik heb een corpus alienum van een cornea afgegutst(=stofje uit een oog gehaald). Verdoofd, vergrootglasbril op, oogleden fixeren, hup met een gutsje er langs en de patiënt was van de oorzaak van zijn rode oog af. Het stukje wat in zijn oog zat, was 2 dagen eerder op de huisartsenpost over het hoofd gezien.

In zekere mate zullen we altijd beginners blijven! Maar wat geeft het? Ik heb vandaag voor het eerst iets uit iemands oog gegutst. Leren is leuk!

Menig co-assistent vraagt zich met enige regelmaat af of hij wel een goede arts gaat worden. Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag, aangezien er verschrikkelijk veel kanten zitten aan het artsenvak. De wannabe-chirurg kan zichzelf gerust stellen met het feit dat hij een vaste hand heeft, de aanstaande oogarts kan bogen op zijn intacte dieptezien en de internist van de toekomst leert de normaalwaarden van de laboratoriumuitslagen gewoon uit haar hoofd. En weg is alle twijfel! Daar staat de arts in spé weer in zijn witte jas, met een fatsoenlijk portie zelfvertrouwen.

Maar als je een stukje uit het boek ‘De gezonde patiënt’ van dokter Jannes Koetsier leest, lijkt het allemaal nog veel gemakkelijker. Volgens zijn checklist voldoet een goede arts aan 16 punten. Ik doe er een greep uit. Allereerst is hij of zij geïnteresseerd in de reden dat de patiënt naar het spreekuur komt. De arts heeft aandacht voor de emoties en cognities van de patiënt over de kwaal of klacht. De goede arts vindt het prima als de patiënt een second opinion wil, gebruikt voor de patiënt begrijpelijke taal en durft te laten merken niet alles te weten.

Een aantal van deze punten lijken verdacht veel op het, onder Nijmeegse geneeskunde studenten welbekende, SCEGS-model (uitleg verderop). De overige punten zijn samen te vatten als een arts die oog heeft voor de patient als persoon, die hij zonder trots benaderd. Er is dus hoop! Pak je SCEGS-aantekeningen er nog eens bij; als je die beheerst heb je zeker al 4 punten van de 16. Als je verder ook nog ‘mens’ blijft bij het uitvoeren van je vak, ben je een eind op weg richting de titel ‘goede arts’.

Voor de niet-nijmegen-geneeskunde-student:

SCEGS is een acroniem dat staat voor Somatisch, Cognitief, Emotioneel, Gedragsmatig, Sociaal. Het wordt aangeleerd aan studenten als kapstok om een vraaggesprek met de patiënt te voeren. Door het gebruik van dit model ben je in staat om onder andere boven tafel te krijgen waarom de patiënt bij je op het spreekuur is, wat zijn gedachten zijn over de kwaal en wat voor emoties de klachten met zich meebrengen.

Vanmorgen heb ik het Medisch Contact van dit weekend (7 maart 2008) uit het plastic gehaald. Eventjes doorheen bladeren met mijn duffe kop. Maar ik was al snel goed wakker, aangezien er een zeer interessant artikel in stond over bloggende dokters. Dokter Walter van der Broek wordt geïnterviewd over zijn blog-activiteiten. Hij is psychiater en blogt onder het pseudoniem dr Shock over zeer uiteenlopende onderwerpen zoals ElektroShockTherapie, de uitvinder van chocola en de media.

Ik kon het niet laten om meteen mijn pc aan te zetten en Dr Shocks weblog op te zoeken. Er ging een wereld voor me open, waarvan ik wel een vermoeden had dat ie bestond, maar nog nooit studie van gemaakt had. Bloggen is hip dus zijn er ook tal van medici die een weblog bijhouden. Hoewel een aantal verboden onderwerpen hebben ivm het beroepsgeheim, komen artsen vast en zeker veel boeiende zaken tegen in hun vak, waar ze over kunnen schrijven. Er worden zelfs top-zoveel-lijsten bijgehouden van de verschillende blogs. Ik heb mezelf nu al 2 RSS-feeds kado gedaan, en ik vermoed dat er de komende tijd nog meer interessante websteks langs zullen komen. Tot mei heb ik nog tijd, dus mocht ik bang zijn dat ik me ga vervelen, na dit artikel in het MC niet meer.

Corine

Ik krijg weer de unieke kans om over de schouder van een wel heel bijzondere medicus mee te kijken. Hij heeft een huisartsenpraktijk in de hemel. Meneer Zegwaard komt bij zijn hemelse huisarts om zijn cholesterol en bloeddruk te laten controleren. Het gesprek verloopt als volgt:

HH: hemelse huisarts
Z: meneer Zegwaard

HH: Vertel eens, wat kan ik voor u betekenen?
Z: Ik vraag me af of mijn cholesterol niet eens gecontroleerd moet worden. Vroeger hoorde je daar zo vaak over, dokter.
HH: Maakt u zich ergens zorgen over meneer Zegwaard?
Z: Nee, dokter natuurlijk niet, maar gewoon voor de zekerheid. Het kan toch geen kwaad om het te controleren?
HH: Ik kan u verzekeren dat uw cholesterolwaarde prachtig is en u een bloeddruk heeft van een jonge vent.
Z: Hoe kunt u dat nu zomaar zeggen, dokter? U maakt een grapje… Meet nu mijn bloeddruk maar, en als u me dan zo’n groen formulier geeft voor de prikpost…
(korte stilte)
HH: Ik denk dat we elkaar verkeerd begrijpen. Hier gelden namelijk hemelse regels. In die regels staat onder andere vast gelegd dat iedereen een prachtige cholesterolwaarde heeft en een bloeddruk van een jonge vent.
Z: Maar hoezo? Ik begrijp het niet…?
HH: Mijn Supervisor, de Heelmeester, heeft me dit verteld. Hij heeft deze regels hier ingesteld. We hebben met de vergadering van hemelse huisartsen afgesproken dat we geen bloeddrukken meer meten en niets meer prikken. Het is allemaal onnodige moeite.
Z: (vertwijfeld) Maar dokter, waarom zit u hier dan nog?
HH: Om uw vragen te beantwoorden. (korte stilte) Heeft u nog vragen, meneer Zegwaard?

Einde

Het volgende tafereel zou kunnen plaatsvinden in de spreekkamer van een pasbekeerde, charismatische gynaecoloog. Hij heeft als een droge spons de woorden van de voorgangers opgezogen en doet nu zijn uiterste best om ze in praktijk te brengen.

G = gynaecoloog
P = patiënte
PP = partner van patiënte

G: U komt voor de 2e inseminatie. Spannend?
P: Ja, best wel. Maar we weten nu gelukkig wat er gaat gebeuren.
PP: Hier heb ik het. (overhandigt een buisje aan de gynaecoloog)
G: Hoe wij ook ons best doen, God bepaalt wat er gebeurt. Laten we daarom een zegen vragen over dit moment. (neemt een diepe hap lucht) Oh Heer, u kent ons zoals we hier zitten. U kent onze verwachtingen. We brengen het allemaal voor uw troon der genade, wetende dat u alles in uw handen heeft, Halleluja. (houd zijn handen beschermend boven het buisje) Zegen dit zaad, zoals u ook dat van Abraham hebt gezegend. Oh Heer, u hebt hem tot een groot volk gemaakt, talrijk als de sterren aan de hemel en het zand der zee. En elke barriere breken we af en bestraffen wij, opdat uw wil ruimbaan kan hebben. Amèn! Gaat u vast naar de onderzoekskamer, ik kom er zo aan.
P & PP: (beduusd, af)

Einde