Stel dat je...


Als we heel jong zijn moeten we al van alles. Je moet je rugtas op je rechter schouder dragen, geen rode broeken aantrekken, je veters moeten in je schoenen gestopt worden en een studiecontainer is uit den boze. Wordt je iets ouder, dan neem je zeker geen brood met kaas meer mee naar school en al helemaal geen appel. Je schrijft in blokletters en je hebt geen recycled kaftpapier. Je begint met roken. Of iets onschuldiger: zakken snoep verorberen.

Toen ik kind was, later tiener was ik een ster in observeren. Ik wist precies op welke manier ik moest lopen, welke fiets ‘in’ en welke fiets ‘uit’ was. Wie hippe ouders had en wie niet, wie het duurste mobieltje had. Sommige mensen moest je ook echt uit de buurt blijven. Met ze praten zou je imago ernstig kunnen schaden. Voor sommigen was ik vast zo iemand.

En dan wordt je op een zeker moment geacht volwassen en de ‘peer pressure’ ontgroeid te zijn. Was het maar zo…. Wat denk je van het halen van goede cijfers voor tentamens, altijd aanwezig zijn op alle onderwijsmomenten en demonstraties van farmaceuten en andere producenten? Het doen van taken in de gemeente, je huis netjes op orde hebben, voldoende sporten, er netjes uit zien, regelmatig naar de kapper gaan? Allemaal prima dingen op zichzelf. Maar is niet soms een deel van onze beweegreden die oude vertrouwde ‘peer pressure’? Het willen zijn voldoen aan de standaard die de mensen om je heen je opleggen, stilzwijgend weliswaar en zonder boze bedoelingen, maar toch.

God roept ons om authentiek te zijn, echt! Zonder berekende maskers en facades. We mogen de zekerheid van Hem ontvangen dat we geliefd, bemind en gekoesterd zijn. Peer pressure hoeft geen invloed meer op ons te hebben, we mogen zijn wie we zijn en worden wie Hij ons bedoeld heeft om te zijn!

CW

Wat zou je doen in de volgende situaties:

1. Je krijgt een envolop in je brievenbus. Er zit een brief in waarin staat dat je 100.000 euro gewonnen hebt. Je kunt er 2 dingen mee doen: een spel meespelen waarbij je 90% kans hebt dat het bedrag gelijk blijft, 9% dat het verdubbeld wordt en 1 % dat je alles kwijt bent. Of het bedrag gewoon in ontvangst nemen. Zou je mee doen aan het spel? 80% van de Nederlanders zou niet mee doen. Terwijl de kans dat je 100.000 of mee overhoudt 99% is.

2. Je krijgt voor je pasgeboren baby een screening aangeboden op een uitermate zeldzame maar dodelijke ziekte. De kans dat je kind deze ziekte heeft is 1 op 100.000. Dat betekent dat er slechts 1of 2 kinderen per jaar in Nederland geboren worden met deze ziekte. De screening duurt een hele dag en is intensief, maar als de ziekte vroeg wordt opgespoord is een goede behandeling nodig? Zou je je kind screenen? De overgrote meerderheid zou z’n kind inderdaad laten screenen.

3. Je rijdt met de auto naar het ziekenhuis voor de screening, je kind naast je in de maxicosi. Wist je dat de kans dat je een dodelijk ongeluk krijgt 1 op 25.000 is. Die kans is vier keer groter dan de kans dat je kind de ziekte heeft. Stap je nog in de auto??

Het gekke is dat we bij kansen irrationele redenen hebben om te beslissen. We redeneren vanuit de angst om achteraf spijt te hebben. ‘Geanticipeerde spijt’ noemen sociologen dat. Wat als ik straks zonder geld zit, dan had ik beter niet kunnen meespelen met dat spel. Wat als ik mijn kind niet laat testen, en het blijkt toch de ziekte te hebben…

Wat misschien nog wel vreemder is, is dat we andere kansen wegredeneren, omdat ons dat niet zal overkomen. Jouw rijstijl is niet gevaarlijk, jouw auto biedt veiligheid, jij krijgt geen auto-ongeval.

God biedt ons aan om te leven zonder angst:

‘Maak je geen zorgen, maar laat in je gebed dankbaar weten wat je noden zijn. En de vrede van God die alle verstand te boven gaat zal je je hart en je gedachten in Christus bewaren.’ (Fil 4:6&7)