Voor het eerst


Wanneer heb jij voor het laatst iets voor het eerst gedaan?

Gisteren keek ik om kwart voor 1 op mijn mobieltje om te kijken hoe laat het was. Ik zat rustig te lezen in de Kolossenzen-brief. Nezia was ’s ochtends vroeg vertrokken naar haar werk. Ze had een kaart van Horsham achtergelaten en we hadden min of meer af gesproken elkaar om 1 uur op een plein in het centrum te treffen voor de lunch. Ik schrok me wild toen ik de tijd zag. Op de afgesproken plek was ik 1 keer eerder geweest, maar toen lopend en vanaf een andere plek in de stad. Ik vertrouwde maar op mijn goed ontwikkelde richtingsgevoel. Dan moest ik het misschien wel in een kwartier kunnen halen, snel omrekenend van 45 minuten lopen naar 15 minuten fietsen. Ik stopte nog snel iets te eten in mijn jas zak en sprong op de geleende mountainbike.

De straat uit ging prima. Maar toen ik op de iets grotere weg daarna kwam, irriteerde ik me al snel aan de bestuurders van de auto’s die ik tegenkwam. Wat deden die raar zeg! Met binnen enkele ogenblikken besefte ik dat ik aan de verkeerde kant van de weg reed en niet zij. Ik wist niet hoe snel ik aan de linkerkant van de straat moest komen. Daarna begonnen 20 minuten survivalen. Ok, dat is enigszins overdreven, maar ik voelde me wel behoorlijk vogelvrij. Elke keer als ik een bocht naar links om moest, die ik niet kon overzien verwachtte ik een auto die me frontaal zou rammen. En voorsorteren in omgekeerde richting is ook best lastig. Misschien was het toch een overmoedig idee om hier met de SAAB heen te gaan, op mijn fietsje was het al lastig genoeg.

Ik kwam veilig op Carfax, in het centrum van Horsham aan. Tien over 1 stond ik op de afgesproken plek. Geen Neez te vinden. Misschien liep haar werk van vanmorgen een beetje uit, dacht ik. Dus ik wachtte. Na enkele minuten stuurde ik toch maar een berichtje: ‘Ik sta nu bij de muziektent’. Geen reactie. Misschien kwamen mijn berichtjes niet? Dus liet ik haar telefoon een keertje overgaan. Ze moest toch al wel pauze hebben inmiddels. Er was vast iets, anders is ze altijd op tijd. Na mijn poging te bellen gaf mijn telefoon een hele bruikbare suggestie: ‘Tijd verzetten naar plaatselijke tijd: 12:32?’

Wat is dat toch, dat we altijd denken dat de ander de fout maakt? Bestuurders rijden spook, Nezia vergeet de tijd… ja ja!

Helaas, ben ik het die een cultuurshock ondergaat.

Corine

Ik moest langs de koffieautomaat lopen en dan op de het witte bankje gaan zitten, zei de baliemedewerker op een verveelde routine-achtige toon. Het bankje bestond uit 3 aparte zitplaatsen. Ik ging in het midden zitten. Na enkele minuten kwam er een meisje mijn kant op lopen. Zonder me aan te kijken ging ze naast me zitten. Eigenlijk zaten we net iets te veel in elkaars ‘persoonlijke zone’, maar ik vond het niet de moeite waard om een plek op te schuiven. Zij keek recht vooruit en werd eerder gehaald dan ik, door een nette, opgeruimde, hartelijke man, die haar bij de voornaam noemde. Het gaf me goede moed dat hier blijkbaar zulke hartelijke mensen werken. Even later werd ik geroepen. ‘Mevrouw Geerwater’. Ik stond op, hij gaf me een hand en zei: ‘kom verder Corien.’ Zijn voorkomen was opvallend: minimaal 2 meter lang, een grauwe, verwassen ruitbloes, met korte mouwen en een vale spijkerbroek. Later bedacht ik me dat ik niet eens zijn schoenen had gezien, wat een bijzonderheid voor mij is.

Hij bleek een bron te zijn van enorme stortvloeden woorden. Het begon al over het feit dat hij zelfs een kapstok had, ‘wat een luxe, hè!. En dat ik niet gesluierd hoefde te zijn in zijn kantoor, toen ik bij het afdoen van mijn sjaal, em per ongeluk onhandig voor mijn gezicht langs liet komen. Hij sprak me aan met ‘meisje’, ‘lieverd’ en ‘Corien’, alsof ik zijn dochter was. Tijdens zijn monologen, die telkens enkel werden opgewekt door één zin van mijn kant, had ik de tijd om zijn kamer te bekijken. Zijn buro lag bezaaid met boeken, tijdschriften en minder bestemd papierwerk. Voor het raam hingen rechte doorschijnende lappen die er voor zorgde dat ik de mensen buiten welk kon zien, maar zij mij niet. Links in de hoek van het buro stonden 2 foto’s. Eentje met een prachtige vrouw en een jong kind, eentje met 2 kinderen. Op de stapels papier stond een tissuebox. Ik kon niet begrijpen dat iemand die hier ooit nodig had, er was geen tijd om woorden te vormen die begeleid konden worden door tranen. Ondertussen bleef hij maar praten. Over dat er mensen waren op deze universiteit die hem een Oetlul zouden vinden, maar het gaf hem niet. Over het stelen van subsidiegelden door studenten. Over interfacultaire contacten, medicijnmannen en psychologen. Ik weet niet waar ik deze preken aan te danken had.

Uiteindelijk kwam hij toch nog to the point. Ik moest in ‘julij’ maar terug komen en dan zouden we de rest bespreken, want ‘dan moet er geld komen’. Toen stortte hij zich op het invullen van een geweldig ingewikkeld formulier, onderwijl vittend op een verre collega die haar taak niet goed had gedaan.

Het viel me op dat het witte t-shirt, dat hij onder zijn verwassen, ongestreken bloesje droeg, langere mouwen had dan het bloesje. Daardoor ontstond er een 2 cm brede witte rand aan het einde van de mouwen. Op de plek waar de broek zijn bierbuikje insnoerde, was een driehoekje te zien in dezelfde witte kleur; zijn bloes was ingestopt in zijn spijkerbroek, maar de onderste knoop was niet dicht en daardoor stond de bloes een stukje open. Ik was blij dat ik tegen het t-shirt aankeek.

Ik hield mezelf voor dat al deze dingen niet noodzakelijker wijs iets zeiden of de kwaliteit van zijn werk. Ik vertrouw er maar op dat hij het goed heeft gedaan, dat formulier invullen. En de rest komt in ‘julij, lieverd..’

Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan? Nou ik ben vandaag voor het eerst naar de studentendecaan geweest. Voor het eerst in zes jaar. En het was me er één.

Corine